Arnold Foeke van der Wal (° 1920 - † 1987)
organisaties

ARNOLD FOEKE VAN DER WAL, aartsvrijbuiter en zeke in jachtkringen een man van statuur, hield zich eveneens met kunst bezig. „Hij was niet alleen heel geïnteresseerd in jachtschilders, maar ook kunstenaars die onder andere vogels uitbeelden konden op zijn belangstelling rekenen”, zegt Cornelis (”Kees”) Adrianus van der Wal (° 1946), die zijn oom als zijn geestelijke vader beschouwd. Zelf is hij sinds 1969 ‘koddebeier’ op Schiermonnikoog, natuurfotograaf en een verdienstelijk vogelwaarnemer. „Hij bracht me zowel eerbied als bewondering voor de natuur bij. Arnold was zo allround op het gebied van de flora en fauna, dat weinigen hem konden evenaren. Hij was een oermens met een hoge intelligentie en had omtrent de ontwikkelingen rond de jacht een vooruitziende blik.”

Arnold groeide op in een gezin dat geen enkele affiniteit met het jachtbedrijf had. Zijn wortels lagen in Amsterdam, waar hij op 10 mei 1920 werd geboren. Als jongetje zwierf hij door de polders rond de stad en kwam daar voor het eerst in contact met jagers. Vanaf dat moment raakte hij geobsedeerd door hun bezigheden. Zowel tijdens de HBS-periode als gedurende de studie aan de Tropische Landbouwschool in Deventer bracht de student uren in het veld door. Zijn indrukken vertrouwde hij toe aan het papier. De artikelen verschenen na de oorlog in verschillende (dag)bladen, waaronder De Nederlandse Jager. In 1952 werd hij fulltime redacteur van het lijfblad van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV).

Even daarvoor, in 1948, kreeg de jonge Van der Wal de mogelijkheid om het Speulderbos en het Sprielderbos van Staatsbosbeheer te pachten. Dit jachtterrein bij Ermelo bleef hij tot het eind van zijn leven trouw. Arnold bouwde er een houten blokhut, waarin hij zich met minimaal een elftal honden permanent vestigde. Van der Wal bleef ongehuwd. Wars van overdaad leefde hij bovendien sober. „De hut was in de begintijd niet aangesloten op gas, water of elektriciteit. In de loop der jaren veroorloofde m’n oom zich wat meer comfort.” Toch was het romantische onderkomen decennialang het Mekka van jagend Nederland, al stelde de eigenaar zijn thuishaven ook open voor mensen die het geweer –om wat voor redenen dan ook– niet hanteerden.

In 1977 volgde Van der Wal zijn mentor C. D. Grijns op als hoofdredacteur van de Nederlandse Jager. Deze functie bekleedde hij tot zijn pensioen in 1985. Al die jaren was ”Cartouche” –zijn pseudoniem– een autoriteit op het gebied van de jacht. Mede op grond van zijn veel geprezen kwaliteiten werd hij bij zijn afscheid erelid van de KNJV en benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Jarenlang drukte Van der Wal een stempel op De Nederlandse Jager. Vanwege zijn charisma en kennis wist de dominante hoofdredacteur anderen te inspireren en te motiveren. Door zijn toedoen mochten veel natuurkunstenaars hun werk in de Nederlandse Jager afdrukken. Zo was hij bevriend met JOSEPHUS ALPHONSUS SCHRIJNDERen HENDRIK JOHANNES SLIJPER en is het een publiek geheim dat hij een van de belangrijkste ‘ontdekkers’ van RIEN POORTVLIET was. „In de jachtkalender van het Duitse tijdschrift Wild und Hund had mijn oom enkele tekeningen van hem gezien. Hij zag dat Rien talent had, maar geen verstand van wild.” Van der Wal nodigde hem uit in zijn Veluwse epicentrum en daaruit groeide een jarenlange vriendschap. Ook PIETER DANIËL DIKwas kind aan huis in de hut, waar op een gegeven moment een olieverf van een houtsnip van zijn hand hing. „Voor mijn gevoel geheel perfect”, oordeelde Van der Wal, die in 1985 bij de opening van de door KEES BOS georganiseerde ”Wild en Landschap”-tentoonstelling in natuurmuseum Bos’ Dierenwereld aangaf dat zijn „beste vriend” veel te jong gestorven was, „want hij had alle schilderachtige eigenschappen in zich om een top te bereiken als de door hem zo bewonderde BRUNO LILJEFORS, waartoe naast de juiste vormgeving ook zeker een dichterlijk talent behoort. En een visueel geheugen.” Naarmate de contacten met kunstenaars zich uitbreidden, groeide ook de collectie ”wildlife art” van Van der Wal. Zijn verzameling bevatte talrijke schilderijen, soms voorzien van een persoonlijke boodschap.

Onder de titel ”Hutverhalen” bundelde Van der Wal in 1971 een bloemlezing van zijn gedrukte belevenissen. De uitgave bevat illustraties van Schrijnder en Poortvliet. Laatstgenoemde vereeuwigde voor de omslag ook de legendarische jachthut waar de wildschilder zich eens afvroeg waarom hij schoot. „Misschien alleen maar omdat ik het wild wil aanraken?”

Met hulp van jachtvrienden bracht neef Kees in 1987 ”Cartouche als mens en jager” uit, een selectie van nog niet eerder gepubliceerde pennenvruchten. Ook op de cover van deze postume uitgave prijkt een schilderij, waarop Poortvliet hem portretteerde „als jager en visser in Gods vrije natuur met de knuisten aan de riemen.” Medewerkers van De Nederlandse Jager schonken Van der Wal dit doek in 1977 ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum. Behalve een tekening van TJEERD BOTTEMA (° 1884 - † 1978) toont het boekje twee olieverven van Dik: een vliegende houtsnip en een portret van Van der Wal met zijn lievelingshond Paupi. Dit oliedoek schilderde de kunstenaar ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Cartouche en sierde op 30 mei 1985 bovendien de cover van de Nederlandse Jager.

Jaarlijks wordt de Cartouche Wisseltrofee uitgereikt. Deze werd een jaar voor Van der Wals overlijden in het leven geroepen en is bedoeld voor schrijvers, fotografen, illustratoren of andere creatieve medewerkers die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor De Nederlandse Jager. Van der Wal stierf op 11 februari 1987. Na de dood van de jagermeester werd de hut vermaakt aan de Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied (SBNL). De Arnold van der Wal Stichting houdt er nog altijd de jaarlijkse donateursdag. „De sfeer in en rond de hut van toen hangt er nog altijd”, zegt neef Kees.

organisaties