Robert Mclellan Bateman (° 1930)
kunstenaars buitenland

ROBERT MCLELLAN BATEMAN noemt zich het jongetje dat nooit ophield met tekenen. „Ik heb mijn hele leven getekend. De meeste kinderen beginnen er aan als ze drie zijn en houden er op hun tiende mee op. Ik heb tot op de dag van vandaag doorgezet.”

De oudste zoon van Wilbur en Annie Bateman zag op 24 mei 1930 in Toronto het levenslicht. Als knulletje vond Bob de tekeningen van John James Audubon (° 1785 - † 1851), Ernest Thompson-Seton (°1860 - † 1946) en Roger Tory Peterson (° 1909 - † 1996) prachtig en deed hij in clubverband natuurstudie aan het Royal Ontario Museum. Met zijn vriendjes Alan Gordon en Don Smith stroopte hij op de fiets de omgeving van Toronto af, op zoek naar braakballen van oehoe’s. „Velen van hen zijn bioloog geworden en hebben me later vaak op expedities meegenomen.” Daardoor kreeg hij de kans om stapels schetsboeken te vullen met rechtstreeks aan de natuur ontleende tekeningen. ”Dat was een uitstekende training. Dieren hebben de gewoonte om zelden meer dan een seconde in dezelfde houding te staan. Die tijd moet je leren benutten voor een rake typering. Als je dat maar vaak genoeg probeert, lukt het uiteindelijk.”

Hoewel hij graag tekende studeerde Robert geografie aan de universiteit van die stad. In de avonduren volgde Bateman schilderlessen bij Gordon Payne en Carl Schaefer. Hij gaf twintig jaar les in aardrijkskunde en kunst, ook een tijdje in Afrika, het continent waar hij ‘ontdekt’ werd als kunstschilder. „Vrienden porden me op om mee te doen aan een schildersprijsvraag met als onderwerp het Afrikaanse wild. Ik won geen prijs, maar werd wel uitgenodigd om te exposeren in een galerie in Nairobi. Toeristen uit de hele wereld bleken mijn werk gretig te kopen. Al gauw kreeg ik daardoor flink wat bekendheid. Daarna ging het eigenlijk vanzelf.”

Bateman, die in 1975 besloot fulltime schilder te worden, beschouwt schilderen niet als ontspanning, maar als serieus werk. „Als ik aan een schilderij begin, dan ga ik aan de slag zonder me te bekommeren om het eindresultaat. Ik zie wel waar het schip strandt. De eerste opzet is heel ruw, met snelle, spontane streken geschilderd. Wat er verkeerd is, schilder ik allemaal weer weg. Wat er goed is, werk ik verder uit tot steeds fijnere details in doorschijnende, dunne laagjes over elkaar. De eerste vijf procent van een schilderij is erg opwindend. Daarna volgt het ploeterstadium. Wat eerst zo veelbelovend leek, gaat er steeds beroerder uitzien. Op zeker moment krijg ik de aanvechting om het maar op te geven. Dan zet ik het schilderij weg en begin aan een ander. Ook met dat schilderij loop ik vast en soms nog met een derde of vierde. Tegen die tijd haal ik het eerste weer te voorschijn en betrap mezelf op een paar details die achteraf wel meevallen. Ik voeg enkele streekjes toe en voor ik er zelf erg in heb, ploeter ik er fluitend aan door.”

Zijn penseelstreken worden wel vergeleken met die van Andrew Wyeth (° 1907). Nadat Bateman in 1963 in New York een expositie van deze dierenschilder had gezien, nam hij afscheid van zijn impressionistische en abstracte schilderstijl en besloot hij eveneens ”wildlife” realistisch op het doek te zetten. Beider werk vertoont een karakteristieke directheid, maar er is ook een duidelijk verschil. Wyeth bevriest de tijd, houdt de tijd stil. De dieren die Bateman portretteert lijken echter op het punt op te vliegen, te verdwijnen. Ze vormen nooit het midden van de compositie. Een geschrokken fazant vliegt het schilderij uit, hij zal zich nooit naar het midden bewegen. Die schijnbare onevenwichtigheid maakt Batemans werk levendig; een fractie van een seconde later en de vogel zou gevlogen zijn. Typerend voor zijn realisme is bovendien dat het dier in de compositie vaak niet meteen opvalt.

De kunstenaar keek rond in het Noordpoolgebied, voer op de Amazone, klom in de Himalaya’s en zocht telkens opnieuw wildparken in Afrika op. Ook was hij betrokken bij diverse projecten van de ARTISTS FOR NATURE FOUNDATION. „Als je geen veldwerk doet, raak je te beperkt bij je weergave van de natuur.”

Bateman beeldt zijn levende objecten af vanuit het besef van hun eigen unieke persoonlijkheid, zonder dat de gedachte aan een menselijke waarnemer zich opdringt. Zijn witstaarthert kijkt naar een boerderij in de verte, zich volkomen bewust van de menselijke aanwezigheid, maar zelf onopgemerkt. Verwijzingen naar biologische eigenaardigheden en gedragsaspecten ontbreken evenmin en bevatten soms zelfs sociologische verklaringen. In een schilderij van een coyote nam Bateman op onopvallende wijze een bierblikje op, daarmee aangevend dat het dier kans ziet te overleven aan de zelfkant van de menselijke beschaving.

Als studiemateriaal gebruikt Bateman behalve eigen schetsen en foto’s ook specimens uit musea. Soms zet hij eerst een dier op in klei of plasticine voordat hij het gaat schilderen, om vorm en lichtval te bestuderen. Zijn achtergronden houdt hij meestal gedempt (in navolging van Wyeth).

Bateman is een milieubewuste natuurschilder, een actief pleitbezorger van natuurbehoud en dierenbescherming. Zijn werkt draagt onmiskenbaar bij tot de bescherming van de planeet aarde. Zelf denkt hij dat het belang, de invloed van kunst beperkt is. „Ik denk dat een heel goede documentaire op televisie effectiever is dan kunst. Het probleem of misschien juist het mooie is, dat mensen een schilderij vooral zien als iets om van te genieten.”

Een groot gevoel voor expressie en een gedetailleerde kijk op de natuur maakten de Canadees tot ’s werelds beroemdste natuurschilder. Met zijn succesvolle tentoonstellingen in New York, Washington, Toronto, Londen en andere steden maakte hij indruk in de wereld van ”wildlife art”. De vraag naar zijn schilderijen overstijgt vele malen wat zijn handen kunnen maken. Het is niet ongebruikelijk dat bij loting bepaald wordt wie van de talloze bewonderaars de eer ten deel valt om een werk te mogen aankopen. Zijn schilderijen brengen soms meer dan 100.000 dollar op.

Bateman, die met zijn vrouw Brigit op Saltspring Island in British Columbia woont, ontving talloze onderscheidingen en prijzen. Diverse films werden van de kunstenaar gemaakt. Ook verschenen over hem veel boeken. Ramsay Derry publiceerde in 1981 ”The Art of Robert Bateman” (ISBN 0 517 087839). Deze biografie telt 82 schilderijen, niet alleen van Noord-Amerikaanse dieren, maar ook van soorten uit Europa en Afrika. Tientallen schetsen, detailtekeningen en een interview complementeren het boek. Derry schreef eveneens ”The World of Robert Bateman (1985). S. G. Shetler liet in 1987 ”Portraits of Nature: Paintings of Robert Bateman” (1987) van de pers rollen. Van recentere datum is ”Robert Bateman: Natural Worlds” (1996), geschreven door Rick Archbold, die in 1990 ook al de biografie ”Robert Bateman; An Artist in Nature” op zijn naam had staan. Uitgeverij Madison Press gaf in 2002 z’n laatste boek –”Birds”– uit.

Batemans werk bevindt zich in diverse musea en particuliere collecties, onder andere van koningshuizen. Prins Charles en lady Diana ontvingen als huwelijksgeschenk van de Canadese overheid een ”Bateman”. Zelf schonk hij in 1989 ZKH PRINS BERNHARD een schilderij van een grizzlybeer.

Zie ook:
LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM

www.robertbateman.ca

Foto's: © Birgit Freybe Bateman

virtuele galerie
kunstenaars buitenland