|
Galerie
De Groninger Kroon te Finsterwolde, gelegen in het hart van het b roedgebied
van de grauwe kiekendief, exposeert van 17 oktober 2004 tot en met 9
januari 2005 olieverfschilderijen, aquarellen, etsen en tekeningen uit het
boek “De kiekendieven van het Oldambt” van ERIK
VAN OMMEN. Het eerste exemplaar zal tijdens de opening van de
tentoonstelling worden overhandigd aan de Commissaris van de Koningin in
Groningen, J. G. M. (Hans) Alders.
Van Ommen bezocht in 2003 de broed-, trek- en overwinteringsgebieden van
de zeldzame grauwe kiekendief. „Afgezien van het feit dat ik het een prachtig dier vind, is het ook de
combinatie van natuur en cultuur die me boeit. Elk jaar komt deze schitterende roofvogel via de gevaarlijke
(lus)trekroute Spanje-Gambia-Tsjaad-Libië-Italië in april weer terug
naar hetzelfde stukje akker in ons land om daar te broeden. Met behulp van
landbouwers en nestbeschermers weet hij in de prachtige, uitgestrekte
korenvelden van Oost-Groningen te overleven en neemt de soort in aantal
toe.” De
trektocht inspireerde hem tot het maken van meer dan 300 kunstwerken. Het
overgrote deel van de realistische, rake en sfeervolle impressies van
landschappen, vogels en dieren wordt gepubliceerd in het fullcolour boek,
waarvoor de freelance natuurjournalist Koos Dijksterhuis de begeleidende
tekst schreef. ”De Kiekendieven van het Oldambt” (ISBN 90 50111904),
een uitgave van KNNV Uitgeverij, telt 112 pagina’s en verschijnt op 16
oktober.
De
eerste keer dat een grauwe kiekendief in Nederland werd afgebeeld is
waarschijnlijk op een schilderij van Jacob van Ruisdael (° 1628 - †
1682) waar een mannetje over
de kerktoren van Egmond vliegt. Het schilderij hangt in het Amerikaanse
Currier Museum of Art in Manchester,
New Hampshire (http://www.currier.org/browse/index.cfm?gallery=european&art=Ruisdael).
In de tijd van Jac. P. Thijsse was de soort met 500 tot 1000 paar een
algemene broedvogel in Nederland. In 1986 telde deze soort echter nog maar
drie broedparen. Belangrijke oorzaken van deze enorme afname zijn het
verdwijnen van grote oppervlaktes heide, stuifzanden en hoogvenen en de
ongeschiktheid voor de soort van het hoogproductieve agrarische landschap,
dat ervoor in de plaats kwam. In de duinen spelen vooral versnippering en
verstoring een negatieve rol.
Dankzij
drs. Ben Koks (”mister kiek”) van de Rijksuniversiteit Groningen en
tientallen boeren en vrijwilligers broedt de ”Circus
pygargus” in 2004 echter weer met dertig tot veertig paren in
het Oost-Groningse akkerland. Nestbescherming (tegen vossen) in combinatie
met braaklegging luidde dit bescheiden herstel in.
Begin
jaren negentig bleek de grootschalige braaklegging van akkergronden –een
maatregel van de Europese Unie om de graanoverschotten te bestrijden–
van betekenis te zijn voor de grauwe kiekendief, een soort van de Rode
Lijst. Duizenden hectaren hoogproductief akkerland werd van het ene op het
andere jaar braakgelegd. Dat leidde tot een enorm aanbod van veldmuizen
waar uilen en muizenetende roofvogels van profiteerden. Ook voor
kiekendieven was er voedsel in overvloed. In de wel bebouwde percelen met
luzerne, koolzaad of wintertarwe konden de vogels hun nesten maken. De
combinatie van uitgestrekte akkers met braakliggende percelen of
akkerlanden bleek ideaal. Koks ontdekte echter dat het broedsucces in
Nederland het herstel niet kon verklaren. Blijkbaar was er immigratie uit
Duitsland. Vlak over de grens broeden tientallen grauwe kieken, maar veel
nesten worden nu nog weggemaaid. Om die reden werd in 2002 tevens een
samenwerkingsverband met Duitse natuurbeschermers én akkerbouwers
opgestart. De werkgroep grauwe kiekendief, die actief is in het beschermen
van kiekenlegsel in het akkerland, informeert via de website www.grauwekiekendief.nl
over de vorderingen. Erik van Ommen ontwierp in 2003 het logo van de
werkgroep.
|