|
Zeearenden zijn tegenwoordig ‘hot’ in Nederland, voor de Romeinen die in de Middeleeuwen in deze contreien bivakkeerden waren het echter beslist geen vreemde vogels. Helaas hielden de ”vliegende deuren” Holland rond 1675 voor gezien. Vogelbeschermers gingen dan ook uit hun dak toen vorig jaar een verliefd koppel in de Oostvaardersplassen neerstreek, een nest bouwde en met succes een ei uitbroedde. Het stel flikte enkele maanden geleden opnieuw hetzelfde kunstje.
Deze mijlpaal wordt niet gememoreerd in ”Een eeuw vogels beschermen” (ISBN 978 90 5011 237 6; prijs € 49,95), een monumentaal boek dat KNNV Uitgeverij zojuist heeft gepresenteerd. Vreemd overigens dat deze dikke pil van 344 pagina’s pas nu van de pers is gerold en niet in 1999, het jaar dat Vogelbescherming Nederland haar eeuwfeest vierde. Blijft onverlet dat Frank Saris (° 1952) een formidabele prestatie heeft geleverd om de geschiedenis van de vaderlandse vogelbescherming zo uitvoerig te boekstaven; de directeur van SOVON Vogelonderzoek Nederland stak maar liefst vijf jaar van zijn tijd in de samenstelling van het lijvige boek. Een pluim verdient eveneens de bijgevoegde dvd met ruim twee uur werk van vijf Nederlandse vogelfilmers, want deze cineasten maakten hun opnamen in een tijd toen er nog geen televisie was. Op het unieke beeldmateriaal is onder andere
JACOBUS PIETER THIJSSE in levenden lijve te zien.
”Een eeuw vogels beschermen” biedt een overzicht van wat er in de loop der jaren bereikt of juist niet bereikt is, de hindernissen die genomen moesten worden, de discussies die gevoerd werden en de vaak moeilijke afwegingen van belangen. Euforische momenten en diepe dalen wisselen elkaar af. Grote en kleine ego’s, explosieve conflicten en eclatante successen, samenwerking en tegenwerking passeren de revue en illustreren dat niets menselijks vogelbeschermers vreemd is. De publicatie vormt een eerbetoon aan allen die, vaak met inzet van ziel en zaligheid, het belang van de vogels lieten prevaleren boven dat van de waan van de dag.
Vanzelfsprekend komt de opmerkelijke rol van vogelfotografie bij de bescherming aan de orde. Het is echter een misser dat er geen afzonderlijk hoofdstuk is ingeruimd voor de vele vogelschilders en –tekenaars die, zeker in de pioniersfase, een belangrijke bijdrage lever(d)en aan het populariseren van het vogelen.
KAREL MAUER,
ERIK VAN OMMEN,
ROBIN D’ARCY SHILLCOCK,
ARI STOLK en
JAN WEENINK staan ergens in de tekst verstopt, maar
MARINUS ADRIANUS KOEKKOEK of
JOHAN MICHIEL VAN OORT, een bekende van de Verkade-albums, worden in het geheel niet genoemd. Dat geldt ook voor
JOHANNES KEULEMANS, die in het buitenland furore maakte met zijn vogelillustraties en om die reden door Thijsse zeer werd gewaardeerd.
Slechts zijdelings komt de lezer de naam van
REIN STUURMAN tegen, echter niet als illustrator van het determineerboekje ”Zien is kennen!”, in 1937 de eerste zakpocket voor vogelaars in Nederland.
HENK SLIJPER die wel prominent aan bod komt, zei eens over deze collega: „Als er vroeger een boekje over vogels moest worden uitgegeven, dan werden er maar twee namen genoemd: die van Rein Stuurman en die van mij. En als Rein de opdracht kreeg, at ik droog brood." Na een hersenemboli maakt Slijper onder de schuilnaam Raymond Abâcheur in 1992 platen voor het boek ”Moerasvogels van Europa” van prof. Karel H. Voous. Samen overigens met
AD CAMERON, Inge van Noortwijk en
DICK POPPE.
SIEGFRIED WOLDHEK, van 1984 tot 1990 directeur van Vogelbescherming, komt ook als cartoonist goed in de picture. Ruim 25 van zijn karikaturale tekeningen verluchtigen de eerste twee hoofdstukken van ”Een eeuw vogels beschermen”. Verder zal de liefhebber van natuurkunst het met een (dode) roek van Christiaan le Roy moeten doen. Of met een (eveneens dode) roerdomp van Rembrandt van Rijn. Mooi geschilderd overigens.
|