Zuid-Afrikaanse olifanten wandelen Vlaamse zee in.
nieuws

Van Knokke tot De Panne is de hele Vlaamse kust tot 1 oktober het decor van het kunstevenement ”2006 Beaufort”. Ruim dertig internationale kunstenaars hebben een of meer sculpturen vervaardigd die in De Panne, Koksijde-Oostduinkerke, Nieuwpoort, Middelkerke-Westende, Oostende, Bredene, De Haan, Blankenberge, Zeebrugge, Knokke-Heist binnen of buiten te bezichtigen zijn. Een opvallende presentatie is de groep van negen levensgrote houten olifanten van Andries Botha (° 1952) op het strand in De Panne. Ze lijken vanuit de duinen de zee in te wandelen.

De kudde telt negen dieren, van kleine kalfjes tot een stier van 7 meter lang en 4 meter hoog. De gebruikte techniek is typisch voor Botha's werkwijze: elke olifant heeft een huid van houtfragmenten vastgepind op een metalen structuur. De Zuid-Afrikaan maakte de dieren samen met negen houtkappers in het Sculpture Department of the Durban Institute of Technology.

De olifant is het meest majestueuze en representatieve dier van wat de Afrikanen omschrijven als ”The Big Five” . Met dit gegeven in het achterhoofd kreeg Willy Van den Bussche, curator van Beaufort 2006, de idee om een groep Zuid-Afrikaanse beeldhouwers een kudde olifanten te laten maken voor het uitgestrekte Vlaamse strand, om zo een vreemde mix van Afrika en de Belgische kust te laten ontstaan.

Andries Botha nam de uitdaging aan en gaf een eigen interpretatie aan de opdracht. In zijn thuisstad Durban werkte hij zes maanden lang met tien andere Afrikaanse beeldhouwers aan de vormgeving van een familie levensgrote olifanten. Niet in een hiërarchische structuur zoals onder het vroegere apartheidsregime het geval zou zijn, maar als team van evenwaardige kunstenaars. Multiculturalisme is een essentieel onderdeel van het project.

Durban is niet enkel een toeristische havenstad maar tevens de hoofdstad van de zwarte Zulu-bevolking (Kwazulu Natal). Om die reden kreeg het project een Zulu-Engelse titel: "Ungayithenga inhlizyo nomongo wami - African Curios". De Engelse vertaling luidt "You can buy my heart and my soul". De titel prikt door de ogenschijnlijke inhoudelijke eenvoud van het project en fungeert als katalysator voor verschillende interpretaties. Is het een aanklacht van de kunstenaars? Zien zij dit als een postkoloniale poging van de Westerse kunstwereld om een stukje Afrikaans exotisme te kopen? Botha formuleert de waarschuwing dat het Westerse clichématige denken over Afrika nog steeds levendig is. Zoals de kolonialen in hun arrogantie Afrika's ongerepte schoonheid beschouwden als iets wat gevangen en geciviliseerd kon worden om als trofee mee te tronen naar de oude wereld, denken Europeanen nog steeds aan Afrika in clichés. Enerzijds als het continent creperend aan aids, burgeroorlogen en hongersnood uit het journaal, anderzijds als het geromantiseerde Afrika, de exotische bestemming uit de toeristische brochures. De olifant is de metafoor bij uitstek voor deze wereldwijd geromantiseerde visie op Afrika. De sculpturen houden die mythe in stand, maar de titel brengt de toeschouwer met een kaakslag tot een realistischer visie...

Behalve Botha’s imposante kudde dikhuiden doet er nog een diersulptuur aan de triënnale voor hedendaagse kunst mee: een 9 meter hoge reuzespin van de Amerikaanse kunstenaar Louise Bourgeois die dreigend over het graf van James Ensor waakt. Het beeld op het kerkhof van Onze Lieve Vrouw Ter Duinenkerk in Mariakerke geldt als eerbetoon voor de Oostendse kunstenaar.

Informatie: www.2006beaufort.be en http://martine.launoy.be

Foto Martine Launoy 

 

 

 

Foto Martine Launoy 

 

 

 

'Maman', Louise Bourgeois - Oostende (c), Eric De Mildt, vzw Ku(n)st

nieuws