Gasten in de graanrepubliek
Oost-Groningen geldt als het laatste bolwerk van de grauwe kiekendief
in Nederland. Erik van Ommen pakte zijn tekenspullen en zag hoe de
gracieuze zomergast zich 6000 kilometer verderop in zijn West-Afrikaanse
thuisland gedroeg.
Grauw? Nee, prachtig grijs. Wel grauwer dan een blauwe kiekendief. Althans het
mannetje, dat nauwelijks groter is dan een houtduif. Vrouwtjes hebben een
bruin verenkleed en een witte stuit en zijn beduidend flinker. Van Ommen
kan de grauwe kiek inmiddels wel uittekenen. Het afgelopen jaar richtte de
natuurkunstenaar zijn telescoop op de Circus pygargus, met het schetsboek
constant op de knieën.
Hij zag de zeldzame roofvogel vliegen boven de eindeloze kleipolders van
het Oldambt, ooit de graanschuur én het communistische bastion van
Nederland. Als enthousiast vogelaar besloot Van Ommen onder het motto
”de wereld is mijn atelier” ook een kijkje te nemen in het warme
winterkwartier in West-Afrika, waar de kieken van oktober tot maart
rondhangen.
De sprinkhanenplaag die juist nu in die streek een ravage aanricht zou wel
eens een zegen voor het dier kunnen zijn, want de vraatzuchtige insecten
zijn gemakkelijke prooien. Maar ook gevaarlijke. „De bevolking spuit
daar nog kwistig met bestrijdingsmiddelen die hier al jaren verboden zijn.
Voor roofvogels kan dit funest zijn.”
Van Ommen bezocht ook een aantal pleisterplaatsen op de gevaarlijke
trekroute. De avontuurlijke tocht door Spanje, Gambia, Tsjaad, Libië en
Italië resulteerde in 300 aquarellen, olieverfschilderijen, etsen en
tekeningen van landschappen, vogels en dieren. Het overgrote deel belandde
fullcolour in ”De kiekendieven van het Oldambt”, een boek waarvoor
Koos Dijksterhuis de tekst schreef.
„Geen enkele andere roofvogel is zo sierlijk, slank en soepel als de
grauwe kiek”, zegt de freelance natuurjournalist. „Van alle 292
roofvogelsoorten ter wereld heeft hij de grootste vleugels in verhouding
tot het lichaamsgewicht. Hij weegt minder dan een torenvalk, maar heeft
een spanwijdte van een meter. Het dier is daardoor ongelooflijk wendbaar
en plukt met gemak zwaluwen uit de lucht.” De grauwe kiekendief beschikt
ook over een uilengehoor. Een verenkrans rond zijn oren fungeert als een
flexibele oorschelp. „De vogel kan ieder veertje ervan afzonderlijk in
de gewenste richting bewegen.”
Luchtshow
In Thijsses tijd, omstreek 1900, was de langeafstandsjager met 500 tot 1000
paren een algemene bodembroeder in Nederland. Maar vlak voor en na de
Tweede Wereldoorlog verruigden grote oppervlaktes heide, stuifzanden en
hoogvenen of gingen deze favoriete biotopen van de grauwe kiekendief op de
schop. Daardoor verdween niet alleen de mogelijkheid om te nestelen. Het
voedselaanbod –muizen, zangvogels, insecten en hagedissen– nam door
het intensievere gebruik van chemische middelen eveneens drastisch af. In
1986 werden in Flevoland nog slechts drie koppels geteld.
Het feit dat in Europa de graanpakhuizen begonnen uit te puilen, bleek
achteraf de redding voor het schepsel dat nu op de Rode Lijst van
kwetsbare en bedreigde vogelsoorten voorkomt. Ray MacSharry, de
doortastende Europese landbouwcommissaris, kwam begin jaren negentig met
een financiële regeling op de proppen die akkerbouwers stimuleerde 10
procent van hun land braak te laten liggen. Het inzaaien van dit
”onland” met bloemrijke kruiden of een mengsel van grassen en klaver
werd extra beloond. In Groningen werden duizenden hectaren hoogproductief
kleiland van het ene op het andere jaar braak gelegd. Het gevolg was dat
muizen en zangvogels massaal terugkeerden, met roofvogels en uilen in hun
kielzog.
De laatste paartjes van de grauwe kiekendief kozen eveneens eieren voor
hun geld. Ze namen vanaf 1991 de wijk naar het uitgestrekte en open
cultuurland van het Oldambt en verstoppen sindsdien hun nest in de
monotone percelen met wintertarwe, koolzaad of luzerne, een klaverachtig
veevoergewas. De vier tot vijf eieren belanden eind mei, begi
n juni op een
slordig stapeltje halmen, waar het wijfje dertig dagen als een theemuts
bovenop zit. Het is ontzettend moeilijk om een broedend vrouwtje terug te
vinden, weten Van Ommen en Dijksterhuis uit ervaring. „Het vergt
bovendien veel geduld, want het kan uren duren voordat ze een keer opveert
en haar partner tegemoet vliegt.”
Het schuilspel dat zich dan voltrekt, vergoedt echter het lange wachten.
„In een acrobatische manoeuvre neemt ze zijn prooi over.” Tijdens de
balts tonen de kieken eveneens staaltjes van hun vliegvermogen. „Het
mannetje komt aanvliegen, horizontaal met stijf gestrekte vleugels, kop in
de nek, snavel omhoog. Een verdieping lager vliegt het vrouwtje synchroon
mee. Ze draait zich enkele keren op de rug en presenteert haar klauwen. Er
volgen allerlei loopings, buitelingen en salto’s, waarbij het mannetje
keffende klanken uitstoot. Met deze wervelende luchtshow bewijst hij zijn
puike conditie. Het vrouwtje kan daaruit opmaken dat hij een goede jager
is en dat ze met hem goede kans maakt op veel nageslacht.”
De broedsels kunnen mislukken door regen, roofdieren of voedselgebrek. Of
worden verhakseld door snelle maaimachines. In Oost-Groningen, maar ook
vlak over de grens in Noord-Duitsland steken vogelliefhebbers onder de
bezielende leiding van drs. Ben Koks daar echter een stokje voor. Ze
proberen de nesten te lokaliseren en te markeren, zodat de boeren hun
combines veilig langs de nog niet vliegvlugge jongen kunnen dirigeren.
Veel akkerbouwers werken enthousiast mee aan het nestbeschermingsproject,
ook toen ze het verzoek kregen of de broedplek in hun perceel met een
hekje van 11 bij 11 meter mocht worden afgebakend. Met schrikdraad op een
accu, want anders konden vossen nog hun gang gaan.
Van Ommen wijst bij de Reiderwolderpolder tientallen potloodstippen rond
Winschoten op een landkaart aan. „Dat zijn de nestplekken van afgelopen
zomer. Dankzij de samenwerking tussen natuurbeschermers, boeren en
overheid broeden in het Oldambt weer 25 van de 35 Nederlandse koppels.”
Toch is er volgens hem sprake van een wankele basis. „Ik zie de toekomst
voor de grauwe kiekendief somber in. Met veel kunst‑ en vliegwerk
blijft de vogel voor Nederland vooralsnog behouden. Maar wat zijn
teloorgang veroorzaakt, breidt zich meer en meer over Europa uit:
natuurgebieden verdwijnen en het cultuurlandschap wordt steeds eentoniger
en sterieler.”
Ook in Groningen ziet hij dat voor zijn ogen gebeuren: gouden graanakkers
maken plaats voor groene grasvelden. „Koren voor koeien. Akkerbouwers
worden uitgekocht door varkensboeren en kippenfokkers. Waar de grauwe
kiekendief gedijt, tref je vaak ook kwartelkoningen, kwartels, patrijzen
en veldleeuweriken aan. Deze prachtige roofvogel is het vlaggenschip van
de akkernatuur.”
”De kiekendieven van het Oldambt” (KNNV Uitgeverij te Utrecht, ISBN 90
50111904), telt 112 pagina’s en verschijnt op 16 oktober. Galerie De
Groninger Kroon, gelegen in het hart van het broedgebied, exposeert tussen
23 oktober en 8 januari 2005 op zaterdagen van 14.00 tot 17.00 uur de
originele olieverfschilderijen, aquarellen, etsen en tekeningen uit het
boek. Adres: Reiderwolderpolder 4 in Finsterwolde. Meer info: www.grauwekiekendief.nl.