Reformatorisch Dagblad, 8 juli 2009, pagina Regio:

„Natuur, cultuur en educatie zijn de drie dragende elementen van Tiengemeten”, zegt Daan den Ouden. „Deze combinatie zou RIEN POORTVLIET zeker hebben aangesproken.” Conno Bochoven sprak met de voorzitter van de stichting die het nieuwe Rien Poortvlietmuseum op Tiengemeten beheert.

Zie:
http://www.refdag.nl/artikel>

Trouw, 29 januari 2009, pag. 32 en 33:

Onder te titel ”Sierlijke snaterstukken” geeft Cees Straus een impressie van de tentoonstelling ”Melchior d’Hondecoeter – Vogelschilder”, die t/m 9 maart te zien is in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Reformatorisch Dagblad, 30 december 2008, pag. 16:

In het artikel ”Nostalgie voor achter de geraniums” gaat redacteur Ab Jansen na in hoeverre de afgebeelde vogels op de schoolplaat ”Vogels in de winter” van de Nederlandse natuurschilder MARINUS ADRIANUS KOEKKOEK nog te zien zijn in de hedendaagse tuin.

Zie:
http://www.refdag.nl/artikel

Der Falke, jaargang 55, december 2008, pag. 473 t/m 477:

Bernd Nicolai gaat in een serie over hedendaagse vogelschilders uitvoerig in op de beweegredenen van BERND PÖPPELMANN om zowel de schoonheid als de bedreigingen van de natuur uit te beelden. Meer informatie over dit Duitse vogeltijdschrijft: www.falke-journal.de

Landleven jaargang 2008, nummer 8 (december 2008), pag 26 t/m 31

Onder de titel ”Schoonheid op de vierkante meter” portretteert Angela Groenbos ELWIN VAN DER KOLK in het Beekdal bij Renkum. Tijdens het interview maakt de vogelschilder foto’s „De natuur zit veel te gecompliceerd in elkaar om uit je hoofd te kunnen schilderen, dus maak ik foto’s.” Maar dat is volgens hem niet genoeg. „Mensen denken vaak dat een foto alles precies weergeeft zoals het is. Maar dat klopt nooit helemaal. Een schaduw heeft in het echt vaak een dieppaarse kleur, terwijl je op de foto alleen maar zwart ziet. Het verenkleed van vogels, zo zoiets. Daar zitten zo veel kleurschakeringen in, dat je die onmogelijk op de foto kunt vastleggen.” Van der Kolk noemt nog een voordeel van schilderen ten opzichte van fotograferen. „Ik kan zelf de compositie bepalen. Ik kan de allermooiste uitsnede kiezen en de vogel krijgt bij mij de perfecte plek op het schilderij.” Tegenwoordig is voor hem de achtergrond zijn uitgangspunt. „Hoewel ik gek ben op het schilderen van vogels, ga ik steeds vaker uit van een mooi decor, waar ik vervolgens een bijpassende vogel voor zoek.”

WILDSCAPE vol. 8 no. 2 2008, pag. 6 t/m 8 en 36 t/m 39

Onder de titel ”A Work in Progress” vestigt het Britse wildlife art-magazine de aandacht op het werk van LÉON R. VAN DER LINDEN. Vooral diens belangstelling voor het portretteren van niet alledaagse diersoorten, zoals neushoornvogels en paradijsvogels, wordt uitvoerig benadrukt. Elders in dit nummer passeert eveneens de carričre van ULCO GLIMMERVEEN de revue, waarbij de mysterieuze stemmingen in zijn schilderijen niet onbesproken blijven. ”The Mystery of Paint”, luidt de kop boven het artikel.

Reformatorisch Dagblad, 10 maart 2008, cultuurkatern Talent pagina 15

De cultuurredactie zoomt in het artikel ”Rupsen en poppetjes, uilkes en kapellen” in op het werk van Maria Sibylla Merian en haar dochters, tot en met 18 mei 2008 te zien in Rembrandthuis te Amsterdam.
Lees het hele artikel…

NRC HANDELSBLAD, 4 maart 2008, Kunst pagina 9

Onder de titel ”Wetenschappelijk verbeelde natuur” geeft Saskia de Bodt een impressie van de tentoonsteling van prenten van Maria Sibylla Merian in het Rembrandthuis te Amsterdam. ”Rembrandt zou zijn ogen hebben uitgekeken als hij had kunnen zien wat er nu zijn huis is binnengedrongen. Of hij het tot de kunst zou hebben gerekend is de vraag.”
Lees meer...

Terdege jaargang 25, nummer 14, pag. 36 t/m 39

Met schetsboek, statief en telescoop volgt kunstschilder ERIK VAN OMMEN de vogels in hun vlucht. Thuis werkt hij in alle rust de schetsen uit, maar het echte werk vindt plaats in het vrije veld. Daar voelt hij zich een met dwergganzen, zwaluwen, kiekendieven en kluten. „De wereld is mijn atelier”, tekent Huib de Vries uit zijn mond op. Ondanks de jarenlange ervaring blijft het uitbeelden van vogels een worsteling. „Het moeilijkst is om ze levend te houden, ze een persoonlijkheid te geven.”
Van Ommen, die dit jaar een kwart eeuw kunstenaar is, is momenteel bezig met een nieuw project: het tekenen en schilderen van kluten, dat eind dit jaar zal resulteren in het boek ”De kluten van Breebaart”. De originelen zullen voor het eerst te zien zijn in een voorlichtingsgebouw van het Groninger Landschap, waarna de expositie een reis maakt via
KUNSTGALERIE OOG VOOR NATUUR in Opheusden naar Frankrijk. „Langs die route trekken de kluten zelf ook.”

(foto: Anton Dommerholt)

Reformatorisch Dagblad, pag. 13 Talent, 4 februari 2008:

Onder de titel ”Wonder der natuur in waterverf” geeft Aad van Toor een impressie van het werk van het echtpaar Maurits en Louise Ver Huell, n.a.v. een expositie in het Historisch Museum Arnhem. Lees compleet artikel.

NRC Handelsblad, pag. 9 Kunst, 4 februari 2008:

Of het nu krijt, de etsnaald of de burijn was, DIRK VAN GELDER ging er uiterst precies mee om. Maar die detaillering betekent volgens Saskia de Bodt niet dat een grotere visie ontbreekt. De composities zitten altijd goed in elkaar en zijn lang niet altijd risicoloos, schrijft ze naar aanleiding van de tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

Trouw 12 januari 2008, pag 4 van De weekendGids

Afgestudeerd in 1983 viert ERIK VAN OMMEN 25 jaar kunstenaarschap met de uitgave –in eigen beheer– van ”Vingeroefeningen” . Het boek, dat in een gelimiteerde oplage van 500 exemplaren is verschenen, bundelt een keus uit zijn werk van de afgelopen kwarteeuw. Volgens Guus van Duin biedt het een fraai inkijkje in het leven van de kunstenaar, die niet ‘vanaf foto’ wil werken.

Lees meer...

WILDSCAPE Volume 7 no. 4 2008, pag. 3 t/m 5:

JEROEN VERHOEFF presenteert onder de titel ”Under the Surface” zijn onderwaterschilderijen en doet daarbij zijn uiterst tijdrovende werkwijze uit de doeken.

Reformatorisch Dagblad, pag 14, 4 december 2007:

Zijn methode om aan goede modellen te komen, zou vandaag de dag heel wat wenkbrauwen doen fronsen en wellicht tot Kamervragen van de Partij voor de Dieren leiden. Dat schijft Willem H. Smith n.a.v. ”Vogels van formaat”, een tentoonstelling in het Teylers Museum die ”The Birds of America”, het meesterwerk van JOHN JAMES AUDUBON, centraal stelt.
Lees compleet artikel…

NRC Handelsblad, pag. 8 Kunst & Film, vrijdag 2 november 2007:

Onder de kop ”Een boek van 128 bij 194 centimeter” geeft Bart Funnekotter een beschrijving van de expositie ”Vogels van formaat” in het Teylers Museum te Haarlem. Dit naar aanleiding van het tentoonstellen van het kostbare én zeldzame boek ”The Birds of America” van de natuurschilder James Audubon (° 1785 - † 1851). „We zullen elke dag bij elk van de vijf delen een pagina omslaan, zodat de echte liefhebber het hele boek heeft kunnen zien als de tentoonstelling sluit in januari”, vertelt conservator Bert Sliggers. (link naar: http://www.nrc.nl)

De Twentsche Courant Tubantia, 10 september 2007:

Gé Nijhuis voor zijn laatste doek: ijsvogels in het Lutterzand. Foto: George Nusmeijer. Onder de kop ”Nog één keer de ijsvogels in het Lutterzand” doet Herman Haverkate verslag (link naar: http://www.tctubantia.nl/voorpagina/article1860874.ece) van een tentoonstelling, in september 2007 georganiseerd door vrienden van GÉ NIJHUIS en conservator Paul Knolle van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Dertien schilderijen zijn er van Nijhuis te zien. De kunstenaar, ook bekend als de organisator van ”Wild in de Natuur”, de jaarlijkse expositie in ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN, lijdt aan de dodelijke zenuwspierziekte ALS. Z'n laatste doek ”Twee ijsvogels in het Lutterzand” schilderde hij in 2006, in de wetenschap dat er normaal gesproken geen volgend doek meer zou komen. "Twee jaar geleden hoorde ik dat ik ALS had. Op die dag veranderde m'n leven. Vier jaar heb je dan meestal nog. Dat je dood gaat, staat vast. Dat er steeds meer spieren uitvallen, ook. Dit schilderij heb ik met de rechterhand gemaakt. De linker, m'n goede hand, functioneerde al niet meer."
Aan rare dingen merkte Nijhuis twee jaar geleden dat hij ziek was. Hij struikelde, viel regelmatig om en maakte vreemde bewegingen. Toch kon pas na een rampzalige val in Kroatië de diagnose ALS gesteld worden. "Over twee jaar ben ik dood. Punt. De natuur is bikkelhard. Het is niet anders. Maar ik wil niet treuren. De dood hoort bij het leven. Op mijn rouwkaart geen zwarte kaders, maar fleurige portretten gemaakt door vrienden."

TV Gelderland, 15 september 2007, Het Zomerpaviljoen:

Peter van den Hout neemt MARJOLEIN BASTIN mee op pad langs favoriete plekken in Gelderland. Daarnaast nodigt hij haar uit om in de bijzondere sfeer van De Torenkamer van Jachtslot Sint Hubertus tot een evenzo bijzonder gesprek te komen. De presentator bezoekt ook haar woning in de VS. De illustratrice, die in haar leven naar schatting zo’n 6000 tekeningen heeft gemaakt, vertelt hem onder andere dat iedere tekening een nieuw avontuur is.

www.rtvgelderlandarchief.nl/index.php?datum=15092007&programma=&id=53290

'Benschbach's paradijsvogel', acryl (in wording) Léon R. van der Linden

Wildscape, vol. 7 no. 2 2007, pag. 22 t/m 24:

BERN PÖPPELMANN is een van de niet-Engelse kunstenaars die het Britse magazine voor het voetlicht haalt. Vooral zijn liefde voor snelle vogels komt aan bod. De Duitser laat weten dat observaties in het veld belangrijk zijn om het juiste gedrag, de anatomie en de leefomgeving te kunnen weergeven. Pöppelmann behoort ook tot de categorie kunstenaars die hun kijkers proberen te overtuigen van de noodzaak van natuurbescherming.

'Benschbach's paradijsvogel', acryl (in wording) Léon R. van der Linden

Onder het Palmblad, 10e jaargang nr. 3, juni 2007, pag. 38 en 39:

”Onder het Palmblad”, een tweemaandelijks magazine dat over allerlei facetten van de exotische natuur bericht, legt in dit nummer ook het werk van LÉON R. VAN DER LINDEN onder de loep. Oprichter en hoofdredacteur Peter Mudde voelt hem aan de tand, vooral vanwege het feite dat de kunstschilder de Benschbach’s paradijsvogel in olieverf heeft vereeuwigd. Als eerste in de wereld. Informatie: www.palmblad.nl

Atelier nr. 129, juli/augustus 2007, pag. 52 t/m 55:

MARJOLEIN KRUIJT, die geregeld in dit kunstblad publiceert, geeft nu instructies om stap voor stap tijgers in pastel vast te leggen. Informatie: www.ateliermagazine.nl

NPS, Nederland 3, 31 mei 2007, 18:25-18.40 uur: Het Klokhuis:

Degenen die de aflevering op 7 november 2005 gemist hebben kunnen de mediagenieke talenten van JEROEN VERHOEFF aanschouwen. Presentatrice Margreet Beetsma lijkt haar geduld te verliezen als ze het atelier van de Vlaardingse natuurschilder bezoekt. De kijkers van het jeugdprogramma krijgen in ieder geval een indruk hoe hij zijn passie beoefent.

Seasons nr. 2, maart 2007, pag. 100 t/m 103:

Als klein kind duidde niets erop dat er een beeldend kunstenaar in hem zat. JOHAN SCHERFT vertelt aan Pieter Paul Koster hoe die ontwikkeling tot schilder, tekenaar en graficus verliep en hoe hij nu levensechte vogels van papier ‘boetseert’. Met oog voor detail: veertje voor veertje schildert, knipt en plakt hij een ziel in zijn vederlichte creaties.

De Nederlandse Jager, nr. 4, 27 februari 2007, pag. 6 t/m 8:

Onder de titel ”ADHD-kereltje op leeftijd” portretteert Trix Broekmans TAMMO LUKKIEN, die het liefst jachtschilder genoemd wil worden. Mooie plaatjes van landschappen interesseren hem niet. Wat hij al jagend heeft meegemaakt, dát wil hij vastleggen.

Grasduinen, februari 2007, pag. 12 en 13:

Het eind februari te verschijnen boek ”Pride of Place” is de aanleiding om CARL BRENDERS in de rubriek ”Kort gras” aan het woord te laten. „Als het kon zou ik geuren schilderen”, zegt de Belgische fijnschilder, die in juni zijn zeventigste verjaardag hoopt te vieren.

Landleven, januari-februari 2007, 12e jaargang nr. 1, pag. 148 t/m 151:

In het artikel ”Landschappen in laagjes opgebouwd” doet SIEMEN DIJKSTRA een boekje open over het maken van houtsneden. Monnikenwerk, zoals hij dat zelf typeert. De kunstenaar wil ook een boodschap uitdragen. „Alle landschappen die ik op papier zet, zijn bedreigd. Door aandacht te vragen voor hun schoonheid, wil ik een breder draagvlak creëren voor het behoud van waardevolle gebieden. Ik besef heel goed dat landschappen veranderen en verdwijnen, maar nu gaat het wel heel erg snel.”

Wildlife Magazine, januari-februari 2007, nr. 1, blz. 16 t/m 19: flamingo, acryl Michel van Noort

Onder de kop ”Een atelier vol dieren” schrijft Marc Schils een artikel over Michel van Noort, die van origine bioloog is en zich de techniek van het schilderen zelf heeft aangeleerd. Een proces dat niet altijd meevalt. Zijn grote voorbeelden zijn ROBERT BATEMAN en JAN WEENINK, al wil hij niet zo gedetailleerd schilderen als zij doen. In mijn werk staat het kleurenspel voorop. Ik wil bovendien een schilderij maken dat čcht schilderij is, en niet op een foto lijkt. Voor mij persoonlijk is een doek dan ook nooit echt af. Ik beëindig een karwei pas als ik instinctief aanvoel dat het dier kan bewegen, los komt, misschien in een oogwenk z’n kop zou kunnen draaien.” olifant, acryl Michel Noort (foto: Ferry Hoedeman)

Wildscape, vol. 6, nr. 4 2007:

Deze editie verschijnt (vanwege druktechnische problemen) later dan gepland, maar hoofdredacteur Ken Stroud is erin geslaagd er een lezenswaardig nummer van te maken. Zo portretteert hij RENSO TAMSE als een „jonge hond onder de wildlife artistst”. Ook een kijkje in de keuken van Langford Press, de uitgever die eind februari het langverwachte boek van CARL BRENDERS –”Pride of Place”– van de pers laat rollen. Verder artikelen over de beeldhouwer Simon Gudgeon en de schilders Mick Loates (vissen!) en Michael Demain.

Grasduinen, januari 2007, pag. 68 en 69:

In de rubriek ”Grasduinen met” komt HAN VAN HAGEN aan woord. De etser, die al veertien jaar in het Drentse deel van het Reestdal werkt, kan zich geen mooiere plaats wensen om te wonen. De natuur ligt letterlijk in zijn achtertuin. „Met elke ets eigen ik me een stukje van deze omgeving toe.” De kunstenaar maakt er ongeveer twaalf per jaar. „Dat is niet maatgevend, sommige etsers maken er wel twee in een middag. Dat hangt af van je manier van etsen af. Een van de redenen dat ik voor deze kunstvorm heb gekozen, is dat ik er zo gedetailleerd mee kan werken. Tijdens mijn opleiding was ik eigenlijk geďnteresseerd in lithografie, maar die methode vond ik toch te grof.” Van Hagen is voorlopig nog niet klaar met etsen in het Reestdal. „Deze omgeving is de beste jas die ik ooit heb aangehad.”

Wildlife Art, november/december 2006:

Het is weer enige tijd geleden dat WILDLIFE ART interessante artikelen publiceerde over Europese kunstenaars. Het lijkt erop dat de redactie dat wil goedmaken, want in deze editie komen de Zweed Lars Jonsson (° 1952), de Schot Peter Bruce (° 1949) en de Belg CARL BRENDERS (° 1937) aan bod. Laatstgenoemde staat met zijn schilderij ”Message on the Wind” ook op de cover. Het magazine kondigt op de eigen website weliswaar een artikel over JULIAN FRIERS aan, maar dat verhaal ontbreekt. Wel telt dit nummer ongeveer 75 ”artists profiles”, waar onder andere Pollyanna Pickering uit Engeland en de Nederlander Alex Slingenberg zich presenteren. Aardig is dat in de rubriek ”Editor’s choice” een groot aantal schilderijen van de nu 86-jarige Bob Kuhn uit zijn privécollectie en die van verzamelaars wordt getoond, werken dus die nauwelijks bekend zijn.

Jacht & Beheer, nr. 92, november 2006, pag. 28 en 29:

HANS BULDER nam dertig jaar geleden de stap om wildschilder te worden. Hij gaf er zijn baan als tandtechnicus voor op. In het magazine van de Nederlandse Organisatie voor Jacht & Grondbeheer geeft hij aan dat het observeren van grofwild er tegenwoordig niet gemakkelijker op is geworden, omdat nieuwe terreineigenaren geen medewerking meer verlenen vanwege de grote belangstelling van fotografen en natuurliefhebbers die allemaal studie willen maken in het bos. Bulder geeft ook aan dat het kledingmerk G-Star (Marc Newson) dit jaar een t-shirt heeft uitgebracht met daarop drie door hem geschilderde wolven.

De Telegraaf, 23 september 2006, bijlage Zaterdag, pag.2:

Op dezelfde dag dat KNNV Uitgeverij ”De zwaluwen van Singraven”, het nieuwe boek van ERIK VAN OMMEN, in Denekamp presenteert, publiceert HANS PETERS onder de titel ”In de ban van de boerenzwaluw” een uitvoerig interview met de kunstenaar. ”Bij de eerste ontmoeting ging er een schok door me heen.”

NRC Handelsblad, katern Boeken, vrijdag 8 september 2006:

Onder de titel ”Een mus op dubbel olifantformaat” recenseert Peter Veldhuizen enkele boeken over de Amerikaanse natuurschilder James Audubon (° 1785 - † 1851).

Lees compleet artikel…

De Gelderlander, editie Rivierenland, 13 juli 2006:

In het artikel ”Bennekommer illustreert vogelgids jeugd” vertelt ELWIN VAN DER KOLK aan Rutger van Rijnberk dat hij de 150 kleurentekeningen voor het boek vooral in de avonduren heeft gemaakt. Dat kostte hem wel een half jaar. „Gemiddeld twee avonden per tekening. Ook op oudejaarsavond en tweede kerstdag heb ik er nog aan gewerkt. Maar mijn huwelijk is nog in stand.”

Lees compleet artikel…

Vrij Nederland, 12 juli 2006, pag. 38 en 39:

Eind mei spoelde een zeldzame walvis –een griend- aan op Schiermonnikoog. Joris van Casteren beschrijft onder de titel ”De leviathan van Schiermonnikoog” hoe verschillende instanties het dode dier opeisen. Tot afgrijzen van de eilandbewoners. De reportage wordt geillustreerd met een griend van ROB VAN ASSEN, een schilderij uit zijn oceaan-collectie.

Palet, april/mei 2006, (nr. 322, 2), pag. 18 t/m 21:

Een jonge hond onder de wildllife kunstenaars. Zo schildert Mayra Carels RENSO TAMSE af. Ze brengt ook zijn humor ter sprake. ”Als je zijn doeken namelijk goed bekijkt, kun je beloond worden met bijvoorbeeld een cartoonmug of het beeld van een vrouw in een rots.” Wolven fascineren de Rotterdamse aquarellist het meest. „Ze hebben wilde kleuren en lijken door je heen te kijken, te snappen wat jij niet snapt.”

De Gelderlander, editie Rivierenland, 13 maart 2006, pag. 1:

Angela Jans keek GERARD HENDRIKS zaterdagmiddag 11 maart op de vingers, tijdens een schilderdemonstratie bij galerie SMITH IN STYLE te Opheusden.

Lees haar artikel ”Schilderen met een sinaasappelnetje”…

Het Parool, PS, 2 februari 2006, pag. 6:

Onder de titel ”De beste dierentekenaar van Nederland” recenseert Corrie Verkerk het boek ”Meester van Artis – Jessurum de Mesquita”, geschreven door Yvonne Brentjes. Samuel Jessurun de Mesquita (° 1868 - † 1944) wordt gerekend tot de belangrijkste grafici van de eerste helft van de twintigste eeuw. Vooral op het gebied van de houtsnede gaf hij de Nederlandse prentkunst een belangrijke impuls. In zijn tijd was hij vooral bekend dankzij zijn kernachtige houtsneden van exotische dieren. Hij was dan ook veel te vinden in de Amsterdamse dierentuin ARTIS. In het kinderboek ”Meester van Artis” staan de mooiste tekeningen en prenten die hij maakte afgebeeld. Op meeslepende wijze wordt verteld hoe, nu bijna honderd jaar geleden, de kunstenaar de dierentuin bezocht, er zijn onderwerpen schetste om er in zijn atelier een prent naar te snijden.
Lees compleet artikel:
www.parool.nl/boeken/2006/recensies/020206-brentjens.html

De Gelderlander, Publiek, 9 februari 2006, pag. 1:

De 80e verjaardag van het Laboratorium voor Entomologie van de Universiteit van Wageningen is voor Dorine Steenbergen aanleiding om de lezers te attenderen op de tentoonstelling ”Insecten inspiratie”. Bij wijze van uitzondering mochten negentien kunstenaars, verenigd in het Platform Edese Kunstenaars en uit de wijde omgeving van Wageningen, een blik werpen in de veilig opgeborgen collectie opgeprikte insecten. José van Loon, zelf beeldend kunstenaar en bovendien getrouwd met een entomoloog, zocht het gezelschap bij elkaar. „We hebben een rondleiding door het museum gekregen langs de vele tientallen dozen met insecten. Daar hebben we vervolgens twee dagen schetsen en tekeningen van gemaakt.” Uit dat verblijf tussen de zespotigen kwam ”Insecten inspiratie” voort, een expositie bestaande uit tientallen ‘platte’ en ruimtelijke kunstwerken die t/m 25 februari 2006 de gangen vullen van het laboratorium aan de Binnenhaven 7. Schilderijen, objecten van staal, fotografie, werk op papier, pentekeningen, sculpturen van hout, bronzen beelden en vilten broches. Variërend van lieflijk en onschuldig tot surrealistisch en zelfs horror. Zie ook: www.gelderlander.nl/agenda/article79820.ece

PALET, februari/maart 2006 (nr. 321, 1), pag. 36 t/m 39:

Gezien van de Riet spreekt de ”meester van de houtsnede”, SIEMEN DIJKSTRA. Het idee dat de kunstenaar op één plek in een landschap op één dag 25 of 50 verschillende prenten zou kunnen maken inspireert hem in hoge mate. „In feite zijn alle landschappen geschikt voor een vereeuwiging in prent, als het gevoel er mee één te zijn geweest aanwezig is.” Dat gevoel verwoordt hij soms in mooie titels, zoals ”Met de voeten in de modder, en zie, het onverklaarbare. Het is weer lente!” Dijkstra beheerst de complexe reductietechniek, waarbij alle drukgangen met één zelfde plaat hot worden gedaan. „Ik probeer met de kleurenhoutsnede een momentopname –een momentbeleving– vast te leggen op het platte vlak.”

PALET, december 2005/januari 2006 (nr. 320, 6), pag. 14 t/m 17:

Na een pauze van een jaar pakt Mayra Carels de draad weer op om een natuurkunstenaar te interviewen. Dit keer is ELWIN VAN DER KOLK de gelukkige. De kunstenaar, die sinds zijn 18e aan de expositie ”Wild in de Natuur” van ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN meedoet, is van mening dat voor ”wildlife art” dezelfde principes gelden als voor andere kunstgenres. RIEN POORTVLIET en MARJOLEIN BASTIN waren aanvankelijk voorbeelden voor hem. Als jonge jongen tekende hij veel van hun prenten na. Maar er ging pas echt een wereld voor hem open toen hij ontdekte dat er in Amerika veel meer mensen met wildlife art bezig waren. Deze mensen, ROBERT BATEMAN voorop, hebben veel invloed op zijn werk gehad. “Ik kwam er steeds meer achter dat natuurkunst niet alleen maar het weergeven van de natuur is, maar dat dezelfde principes gehanteerd worden als bij andere kunstgenres. Er is in de kunstwereld veel weerstand tegen het realistisch weergeven van de natuur. Volledig onterecht als je het mij vraagt. Goede wildlife art is niet louter het exact weergeven van de natuur, maar het heeft alles te maken met compositie, ritme en vormen.” De laatste jaren is Van der Kolk wat losser gaan schilderen, minder gedetailleerd. Het is dan ook niet zijn doel om schilderijen te maken die niet van foto’s te onderscheiden zijn. Zijn missie lijkt er meer op gebaseerd dat hij mensen wil overtuigen van de schoonheid van de natuur.

NCRV Nederland 1, 10 december 2005, 16.05 uur ”Natuurlijk Nico”, aflevering 7 (van 8): Lauwersmeer.

In deze aflevering ontmoet Nico de Haan ook ERIK VAN OMMEN, die een aquarel van een reiger maakt. Meer informatie: www.vogelskijken.nl

Reformatorisch Dagblad, Regio, dinsdag 29 november 2005, pag. 9:

”Poortvlietmuseum naar Nunspeet”. Onder die kop volgt een bericht waarin woordvoerder Henk Wobben van de SGP-fractie in Nunspeet aangeeft dat de gemeente Nunspeet grote kans maakt het RIEN POORTVLIET MUSEUM binnen zijn grenzen te krijgen. De krant meldt ook dat de Rijksvoorlichtingsdienst Paleis Soestdijk –„volgens bronnen de belangrijkste kandidaat”– niet geschikt acht als museum.
De fractie van de ChristenUnie in Veenendaal vindt dat deze Utrechtse gemeente zich ook moet voegen in het rijtje van potentiële Poortvlietgemeenten. Veenendaal maakt echter geen schijn van kans, meent Wobben, want dat is geen toeristengemeente. „Nunspeet telt 1,6 miljoen toeristische overnachtingen per jaar. Ik denk dat het Poortvlietmuseum bij ons zeker 100.000 bezoekers gaat trekken in plaats van nu 15.000 per jaar in Middelharnis. Mevrouw Poortvliet vindt Nunspeet ook een prima plek, zo heeft ze ons laten weten.” Het college heeft zich al achter het SGP-plan geschaard, zegt Wobben en hij verwacht via de provincie Gelderland ook nog wat subsidie los te krijgen.
Volgens Corrie Poortvliet hebben zich inmiddels diverse kandidaten aangemeld. „We gaan eerst inventariseren en bekijken dan wat een goed nest is.” De nieuwe huisvesting moet een onderkomen van formaat zijn, vindt ze. „We zitten nu in het oude raadhuis van Middelharnis. En voor minder doen we het natuurlijk niet. Gelukkig verkeren we in een riante positie. We dachten eerst dat we de collectie moesten opbergen in een kluis en nu kunnen we opeens overal terecht.”

De Gelderlander, editie Rivierenland, dinsdag 29 november 2005, pag. 17:

Er is veel vraag naar natuurillustraties. Dat is de boodschap van JASPER DE RUITER, die t/m 2 januari 2006 zijn tekeningen en aquarellen toont in het gemeentehuis van Veenendaal. Vooral vogels, maar ook paddestoelen, vlinders en planten zijn het onderwerp van de expositie ”Natuurlijk, Natuur!”. Hij krijgt veel positieve reacties over zijn werk, opdrachten van particulieren en van organisaties. „ Er is veel vraag, ook al omdat er niet zoveel illustratoren zijn.” Dit verklaart dat hij van zijn hobby wat meer werk maakt en Tringa Paintings is gestart dat onder meer posters, ansicht- en wenskaarten, kalenders, briefpapier en eveneens herkenningskaarten voor educatieve doeleinden verkoopt.

Reformatorisch Dagblad, 23 november 2005, pag. 11:

Ze is gekwetst, de weduwe van RIEN POORTVLIET. Volgens redacteur Gert Janssen zit de manier waarop de familie duidelijk werd gemaakt dat het RIEN POORTVLIET MUSEUM per 1 januari 2007 dicht moet, haar flink dwars. Journalisten uit binnen- en buitenland lopen bij het museum en bij Corrie Poortvliet in haar woonplaats Soest de drempel plat. De onheilstijding heeft inmiddels al gezorgd voor een uitzonderlijk druk weekend in het museum. Daar ligt dus de oplossing, concludeert de weduwe Poortvliet. „Er moet een veel betere pr komen. Je ziet dat het werkt. Je lacht je toch wild als je ziet dat er nu opeens wel mensen komen."
Lees compleet artikel…

Trouw, 19 november 2005, deweekendgids, pag. 7:

De natuurpublicist Henk van Halm koestert nog altijd de eerste druk van ”Zien is kennen!” van REIN STUURMAN, een exemplaar dat vol staat met eigen aantekeningen. Volgens hem stond de tekenaar aan de wortel van de kennis van menige vogelaar, vooral omdat hij de schaarse vogelboeken illustreerde die men in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw te pakken kon krijgen.

NCRV Nederland 1, 12 november 2005, 16.05 uur ”Natuurlijk Nico”, aflevering 3 (van 8): Veluwezoom.

In deze aflevering gaat Nico de Haan op zoek naar de ijsvogel en bezoekt hij ook MARJOLEIN BASTIN, die hem een strikvraag stelt. Meer informatie: www.vogelskijken.nl

Art Scene International, november/december 2005, nr. 65, pag. 46 t/m 55:

Het Duitse magazine, dat vooral onder liefhebbers van airbrush circuleert en de artikelen in het Engels publiceert, toont in maar liefst tien pagina's het schilderwerk van ROBERT BATEMAN en stelt de kunstenaar ondermeer vragen over natuurbescherming en zijn zorgen over het milieu. De lezer zal zich afvragen waarom tijdens het interview het onderwijssysteem in Canada zo uitputtend besproken moet worden. De redactie constateert zelf aan het eind van het artikel dat dit een wat vreemd gesprek was („Wij hebben niet eens over uw kunst gesproken”), maar vond het toch nodig de lezer deelgenoot te maken van het gedachtengoed van Bateman.

Elders in het blad is nog meer ”wildlife art” te vinden, en wel van Renato Casaro. De 70-jarige Italiaan werkte ruim veertig jaar in de filmwereld als schilder van speelfilmposters. In 1985 bezocht hij Afrika en vanaf dat moment vereeuwigde hij ook het landschap en de dieren die daar leefden in olieverf (zie www.casaro-renato-art.com). 'Morning in Ngorongoro', Renato Casaro 'Orka', Robert Bateman

Het Vogeljaar, jaargang 53 (5) oktober 2005, blz. 208 t/m 212:

Conny Scholtes, samensteller van het boek ”Rein Stuurman de vogelschilder van Zien is Kennen!”, haalt behalve REIN STUURMAN, ook Jan Albers voor het voetlicht. De Westzaner, oprichter van Wiek en Sneb, de voorloper van Het Vogeljaar, was bij het verschijnen van de eerste ”Zien is Kennen!” in oktober 1937 nog een broekie van vijftien jaar dat in de jol van Nol Binsbergen mee mocht om porseleinhoen of ral (met groene erwten en zijn blaaspijp) uit het riet te lokken, zodat de schilder en de fotograaf aan de slag konden. In de jaren vijftig bezocht Albers Stuurman om de veertien dagen, waarbij zijn vriend hem altijd mee naar zijn atelier op zolder troonde. Het ging de illustrator erom of de uitbeelding van de vogel natuurlijk was. ”Niet te gekunsteld. Soms vond ik hem niet mooi. Dan zei hij: dat dacht ik al. Je hebt gelijk.”
Behalve aandacht voor de ”wildlife art”-tentoonstellingen van
’t KUNSTHUIS VAN OOSTEN en galerie SMITH IN STYLE, bevat dit nummer ook een korte recensie van ”De kiekendieven van het Oldambt” van ERIK VAN OMMEN en een tekening van een vliegende slechtvalk van BRAM RIJKSEN. De giervalk op de omslag is van ED HAZEBROEK.

AD, 2 november 2005, pag. Cultuur:

Onlangs stond HANS RENÉ VAN DER VLIS nog op 20 centimeter afstand van een sneeuwuil, vertelt hij aan Marianne de Visser. Ze laat hem aan het woord omdat hij een van de 43 exposanten is van de tentoonstelling ”Wild in de Natuur” in ’t KUNSTHUIS VAN OOSTEN. Behalve dat de schilder nauwkeurig het verenpakket bestudeert –in zijn werk moet elk veertje kloppen– let hij ook op de houding en het gedrag van de dieren. Vervolgens is Van der Vlis zeker een maand bezig om zijn schetsen uit te werken tot een schilderij. Vaak brengt hij wel zestig lagen acrylverf over elkaar aan om het gewenste resultaat te bereiken. Wat de kunstenaar echt niet wil is het dier letterlijk kopiëren; dat misverstand wil hij uit de weg ruimen. „Anders zou ik wel een foto kunnen maken. Wat ik wil is er een bepaalde expressie in leggen, waardoor mensen de schoonheid van de natuur weer gaan zien.”

NCRV Nederland 1, 5 november 2005, 16.05 uur ”Natuurlijk Nico”, aflevering 2 (van 8): IJssel bij Zalk.

In deze aflevering gaat de bekende vogelkenner en natuurliefhebber Nico de Haan terug naar de plek van zijn jeugd. Als domineeszoon groeide hij op in het plaatsje Zalk tussen Kampen en Zwolle. Daar naam de liefde voor vogels een hoge vlucht. De ligging van de Ijssel is vooral voor vogels ideaal. De rivier vormt een strook van meer dan honderd kilometer die noord-zuid ligt, precies in de trekrichting van veel vogels. Bij zijn rondgang door dit typerende rivierlandschap komt Nico een grote variatie aan vogels en planten tegen. Gasten in deze aflevering zijn AD SWIER, die zich laat inspireren door de natuur en vooral vissen in en rond het water schildert.

Uitzending gemist? www.ncrv.nl/ncrv/home?nav=jkcssCsHtGDTWGuuCxvC

Meer informatie: www.vogelskijken.nl.

NPS Nederland 3, 7 november 2005, 18.25 uur Het Klokhuis: Natuurschilder

Presentatrice Margreet Beetsma lijkt haar geduld te verliezen als zij JEROEN VERHOEFF in zijn atelier bezoekt: „Begin je nu eindelijk met schilderen?” Voordat de Vlaardingse natuurschilder echter de eerste lik verf op het paneel zet, vloeit er heel wat water door de Rijn. Hij wil eerst echt alles weten van het dier en het leefgebied en daar gaat een langdurig proces van schetsen, fotograferen, boetseren en soms zelfs een duikpartij aan vooraf. Een manier van werken die uniek genoemd mag worden.

Zie: www.hetklokhuis.nl/kijk/klokhuistvgids

De Telegraaf, 5 november 2005, pag. 23: pimpelmeesje -  Elwin van der Kolk

Hij schildert geen weidse landschappen met verre horizon en indrukwekkende wolkenluchten, maar is meer iemand van de vierkante meter, die hij dan ook intens beleeft. ELWIN VAN DER KOLK vertelt HANS PEETERS openhartig hoe de composities voor zijn schilderijen totstand komen. „Buiten word ik geraakt door een bepaalde lichtval of bijzondere compositie. Dan krijg ik al weer een idee en ik hoef er alleen bij te bedenken welke vogel daarin zou passen. Zo ontstaan mijn meeste schilderijen. Eerst zijn er de kleurige herfstblaadjes aan een struik die me boeien, vervolgens denk ik: daar past een pimpelmees bij.” Schilderen is voor de biologieleraar een soort verslaving, „die voorkomt om te laten zien hoe mooi vogels zijn.” De kunstenaar uit Bennekom biecht op dat het hem niet altijd lukt een schilderij precies te maken, zoals hij het in zijn hoofd heeft. „Als het af is, is het meestal wel aardig gelukt, maar is het toch niet helemaal geworden zoals ik het bedoelde.” Hazelaarkatjes zijn een ware frustratie voor hem. Ieder voorjaar probeert Elwin het weer, maar tot nu toe niet naar zijn zin. „De schepping is zo mooi, maar tegelijkertijd ook zo ingewikkeld, dat die niet te benaderen is.”

NRC HANDELSBLAD, 21 oktober 2005, pag. 36:

Kester Freriks, die sinds 2002 wekelijks voor de bijlage Leven &cetera een bijdrage over vogels schrijft en daarbij een prent uit de vogelgids ”Zien is Kennen!” plaatst, attendeert nu op een expositie over de REIN STUURMAN in Galerie Staphorsius en het recent verschenen boek ”Rein Stuurman. De vogelschilder van Zien is Kennen!”. Volgens hem weerde de financieel arme schilder-tekenaar elke stijve formaliteit uit een tekening: het moest levendig zijn, gedetailleerd en energiek. Freriks schreef overigens zelf ook een bijdrage in het fraaie boek.

Wildlife Magazine, nr. 3, september-oktober 2005, pag. 36 t/m 41:

Het wilde dier als inspiratiebron voor kunstenaars. Kim de Jong voelt over dit onderwerp Paul Knolle, conservator van het RIJKSMUSEUM TWENTHE, RENSO TAMSE en GÉ NIJHUIS aan de tand. Het artikel ”De kunst van verbeelding” staat niet alleen stil bij hedendaagse ontwikkelingen, maar etaleert ook de vier pioniers op het gebied van ”wildlife art”: BRUNO LILJEFORS, Richard Friese, Friedrich Wilhelm Kuhnert en Carl Clemens Moritz Rungius. Het artikel is rijk geillustreerd. Wildlife Magazine is een nieuw Nederlandstalig tijdschrift, verschijnt zes keer per jaar en is sinds mei 2005 bij zo’n 3.500 verkooppunten door het hele land verkrijgbaar.
Meer info:
www.wildlifemagazine.nl.

Reformatorisch Dagblad, 19 september 2005, cultuurkatern Talent:

’s Werelds beste vogelkunstenaars ‘vliegen’ jaarlijks naar Wausau. Onder de titel “Pronken met de mooiste veren” geeft Willem H. Smith een paginagrote impressie van de 30e editie van Birds in Art in het LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM. Behalve directeur Kathy Kelsey Foley komen het (eerste) Nederlandse jurylid Paul Knolle en de kunstenaars ULCO GLIMMERVEEN, MARTIN HOGEWEG en RENSO TAMSE aan het woord.

Download compleet artikel: artikel.

AD Magazine, 21 mei 2005, pag. 16 t/m 19:

Ariën Prins vestigt in het wekelijkse katern van Algemeen Dagblad prominent de schijnwerper op de 78 vogelsoorten die nu op de Rode Lijst staan. De vijf schilderijen die ELWIN VAN DER KOLK speciaal voor Vogelbescherming maakte dienen daarbij als opvallende illustratie. In zijn artikel ”Vogels in de gevarenzone” voert de redacteur de kunstenaar overigens ten onrechte op als basisschoolleraar.

WILDLIFE ART, maart/april 2005:

Het Amerikaanse magazine toont niet alleen de nieuwe eigenaar, maar heeft ook een nieuwe cover. In zijn voorwoord presenteert KEITH HANSEN zich als de nieuwe roerganger, maar hij rept met geen woord over het (plotselinge) vertrek van het vorige boegbeeld, ROBERT J. KOENKE. In het vorige nummer gaf laatstgenoemde er geen blijk van de harp aan de wilgen te zullen hangen. Of hij nog een rol blijft spelen in de wereld van ”wildlife art”, blijft dus in nevelen gehuld. Het tijdschrift besteedt eveneens slechts summier aandacht aan Simon Combes die op 12 december 2004 in een Keniaas wildreservaat door een Kaapse buffel op de horens werd genomen en daarbij de dood vond. Zijn collega John Seerey-Lester reageert met enkele zinnen op dit tragische ongeval, maar de lezer wordt niet op de hoogte gesteld van het feit dat de Worldwide Nature Artists Group (WNAG) als blijk van waardering op 16 februari 2005 de Simon Combes Conservation Artist Award in het leven heeft geroepen, die in 2006 voor het eerst zal worden uitgereikt.

Grasduinen, april 2005, pag. 38 t/m 41:

Onder de titel ”Van schets tot aquarel” neemt redacteur Paul Böhre met ERIK VAN OMMEN en ELWIN VAN DER KOLK het onderwerp ”Vogels tekenen” onder de loep. „Het zijn vooral veel veren die de vogel maken”, zegt Van Ommen, die Roger Tory Peterson als zijn grote voorbeeld beschouwt en ook het werk van de Zweed Lars Jonsson zeer waardeert. „Jonsson besteedt in zijn werk veel aandacht aan de anatomie en de leefomgeving van vogels.” Gelaatsuitdrukking, stand van de ogen en lichaamstaal zijn in zijn eigen werk ook heel belangrijk. „Aan het begin van een tekencursus laat ik altijd eerst het skelet van een jonge kauw zien. De deelnemers raden nooit welke vogel het is, want je ziet maar heel weinig bot.” De kunstenaar ziet meteen of illustratoren van vogelgidsen van foto’s of opgezette vogels hebben gewerkt. „Dan zijn de tekeningen killer, onpersoonlijker; dan zit er geen leven in.” Voor lezers die zelf ook eens een potlood ter hand willen nemen, geeft hij tekentips. „Begin zo klein mogelijk, bedenk dat zo’n vogel zo weer weg kan zijn. Probeer hem dus eerst in een paar lijnen neer te zetten. Wanneer hij langer blijft zitten, kun je een studie maken met details van kop, poten, staart, enzovoort, tot je alles hebt.” Het gebruik van gum raadt Van Ommen af. „Begin liever opnieuw. Daar leer je veel meer van.”

Ook Van der Kolk noemt veel oefenen de manier om het tekenen van vogels onder de knie te krijgen. „En naar het werk van andere vogeltekenaars kijken.”

Radio 1, RVU, Simek ’s Nachts, 27 februari 2005, 0.010-01.00 uur:

Martin Simek interviewt in Studio Desmet te Amsterdam Conny Poortvliet-Bouman. Samen blikken ze terug op haar gelukkige leven met RIEN POORTVLIET, die in september tien jaar geleden op 63-jarige leeftijd overleed. De weduwe beheert sindsdien de artistieke nalatenschap. „Ik zit er als een bok op een haverzak op.” Ze verwacht dat het werk van haar man door de tijd heen meer waardering zal krijgen. Het RIEN POORTVLIET MUSEUM in Middelharnis kreeg de oliedoeken en tekeningen voor 25 jaar in bruikleen. „Daarvan zijn er tien jaar om.” De geboortige Tsjech vraagt de weduwe of ze niet bang is of haar kinderen de schilderijen ooit zullen verkopen. „Ik denk dat ze dat niet zullen doen, maar ik weet dat niet zeker. Ik zou willen dat de collectie bij elkaar bleef. Ze mogen er wel af en toe eentje verkopen.” De gehele uitzending is te beluisteren via www.rvu.nl/rvu.php?i=1&l=0&n=622

Wildlife Art, november/december 2004:

Het tijdschrift besteedt maar spaarzamelijk aandacht aan kunstenaars uit Europa, laat staan uit Nederland. EWOUD DE GROOT krijgt in dit nummer twee pagina’s toebedeeld en vertelt in het artikel ”Eye on European Artists” dat zijn schilderijen ontstaan uit emotie. Hij gelooft dat zijn stemming de uiteindelijke compositie bepaald. „Het analyseren van je gevoel is het rationele deel van het proces. Daarna vertaal je dit op papier of doek.” Volgens Chelsie GawneMark, de schrijfster, is de bewuste selectie van verschillende tinten typerend voor zijn werk. „Mijn kleurgebruik is vooral gebaseerd op complementaire kleuren. Kleuren beďnvloeden elkaar. Rood wordt naast groen juist roder dan wanneer je rood en oranje naast elkaar plaatst. Met warme en koele tinten gebeurt hetzelfde. Dit principe is heel belangrijk in mijn werk.” De auteur voelt eveneens Julian Friers uit Ierland en de Engelsen Steven Porwol en Pip McGarry aan te tand over hun werk, technieken en wat hen motiveert. Laatstgenoemde is oprichter en voorzitter van de MARWELL INTERNATIONAL ART SOCIETY in Groot-Brittannië.

Trouw, pag. 17, 4 januari 2005:

De natuurpublicist Henk van Halm wijdt zijn column aan de grauwe kiekendief, of liever aan het meest recente boek van ERIK VAN OMMEN en Koos Dijksterhuis, waarin beiden de aandacht vestigen op „wellicht 's lands grootste succesverhaal van agrarisch natuurbeheer.” „Bijna alles wat bekend is over de grauwe kiekendief is erin te lezen en te zien. Gedrag, ecologie, de verhuizing van de vogel van natuur naar boerenland en de inspanningen van vogelonderzoekers en akkerbouwers om de soort te behouden.” Meer info: www.trouw.nl/henkvanhalm

Terdege, 20 december 2004, 22e jaargang, nr. 6/7, pag. 148 t/m 153 en pag. 173:

„Wij (mijn overleden man Rien en ik) hebben het genoegen gehad 21 jaar lang na de jacht op Soestdijk te mogen dineren. Overdag jachtdag op Het Loo, ’s avonds kwam Rien dan als een speer naar huis. Gauw omkleden, smoking aan. Ik had altijd koffie klaar met een bal gehakt! (Je wist maar nooit wat je ’s avonds voorgeschoteld kreeg!) De Prins uitte zijn trouw aan ons tijdens het ziek-zijn van Rien en toen hij overleden was, bleek ik altijd in het vizier. De Prins noemde Rien ook vaak „vader”. Zo van: „Zo vader, hoe gaat ’t?” In dit extra dikke dubbelnummer haalt niet alleen de weduwe van RIEN POORTVLIET herinneringen aan ZKH PRINS BERNHARD op, ook JAN WESSELS wordt in het protestants-christelijke tijdschrift uitvoerig geportretteerd. Zijn gepenseelde natuurscčnes sieren namelijk de Terdege-kalender 2005, die abonnees gratis bij deze editie ontvangen. Een exemplaar van het magazine plus de kalender is voor € 7,95 (incl. verzendkosten) te bestellen via mail@wildlife-art.nl

De Gelderlander, 16 december 2004, pag. Cultuur Rivierenland:

Duo toont techniek wildlife art

Door onze cultuurredactie

OPHEUSDEN - Kunstenaars RIA WINTERS en LÉON R. VAN DER LINDEN tonen op zaterdag 18 december bij galerie Smith in Style in Opheusden de specifieke schildertechniek die komt kijken bij zogenoemde wildlife art.

Wildlife art is een term die wordt gebruikt voor realistische afbeeldingen van dieren en planten. Natuurkunst wordt het ook wel genoemd. Weinig musea en galeries hebben natuurkunst in haar collectie, vandaar dat galerie Smith in Style zich juist in dit genre specialiseerde.

Momenteel is Smith in Style ingericht met de Natuuravonturen, een expositie met wildlife art-schilderijen van Ria Winters en Léon van der Linden. Beide exposanten houden zich al van kindsaf bezig met de techniek bezig. Belangstellenden die meer over deze techniek willen weten, zijn aanstaande zaterdag welkom tussen tien en vijf uur want dan geven Winters en Van der Linden om de beurt demonstraties.

Het is de tweede keer in haar bestaan dat galerie Smith in Style een schilderdemonstratie presenteert. Vanwege het enorme succes (in de zomer van 2003) is besloten het initiatief te herhalen.

(zie: http://www.gelderlander.nl/regioportal/GLD/1,1478,2527-TielNederBetuwe-Regionieuws!!__2489319_,00.html en rubriek NIEUWS, Overigen 12 november 2004: Natuurkunstenaars treden ”life” op in Opheusden)

NRC Handelsblad, 10 december 2004, pag.

ERIK VAN OMMEN, die eerder De dwergganzen van Anjum tekende, is een begenadigd natuurtekenaar, zo een waarvan er maar een enkele per generatie verschijnt.” Met die woorden besluit Rob Biersma zijn recensie van wat hij noemt het platenboek ”Grauwe kiekendieven van het Oldambt”.

Netwerk, 1 december 2004 Laatste televisie-interview PRINS BERNHARD : „Bescherm natuur”

„Als we de natuur niet behouden dan is het weg. Het is onvoorstelbaar.” Prins Bernhard deed vanavond in zijn laatste televisie-interview een oproep aan alle Nederlanders en de organisaties voor natuurbescherming om de natuur te behouden. Het door Netwerk uitgezonden interview werd 9 november opgenomen.

Programmamaker Rik Felderhof werd op uitdrukkelijk verzoek van ZKH op paleis Soestdijk uitgenodigd voor een vraaggesprek. Tijdens het gesprek uitte de prins zijn bezorgdheid over de bedreigde natuur, in het bijzonder van die op Borneo.

Bernhard vroeg steun voor een oerang oetan-project en deed daarbij vooral een beroep op vermogende Nederlanders. De prins zou zo een aantal kleine, verweesde oeran oetangs naar Nederland halen om ze te laten zien aan de mensen die in de Quote 500 staan. „En zeggen: waar is je geld”, aldus Bernhard. De Quote 500 is een overzicht van de meest gefortuneerde Nederlanders.

Libelle, nr 47, 13-19 november 2004:

Libelle, het damesblad dat dit jaar 70 jaar bestaat, viert deze week ook een ander jubileum. MARJOLEIN BASTIN tekent namelijk 30 jaar voor het tijdschrift, dat met een heuse special een kijkje achter de schermen van haar leven biedt. Margreet Botter interviewt de vermaarde illustratrice in Kansas City, waar ze elf jaar geleden het gevoel had dat ze weer vier was. Ik kon ineens weer allerlei nieuwe dingen ontdekken. Bij ieder vogelgeluid dat ik hoorde, vroeg ik me verbaasd af van welk vogeltje het zou zijn. Ik moest het weer opzoeken in boeken. Heel spannend!” De kunstenares die zich bij haar onderwerpkeuze laat inspireren door de natuur, geeft zichzelf een beetje bloot (”Ik ben een behoorlijk moeilijk mens”) en zet ook vier mensen in het zonnetje: echtgenoot Gaston (”Zakelijk heb ik m’n leven aan Gaston te danken”), JACOBUS PIETER THIJSSE („Hij heeft als eerste de natuur bij de ‘gewone’ mens gebracht”), vader John Uit den Bogaard („Als ik hem nog een keer zou mogen zien, zou ik mijn armen om hem heen slaan en zeggen dat we veel meer gemeen hebben dan dat ik ooit kon vermoeden. Dat ik eigenlijk met een zelfde soort missie bezig ben. Weliswaar niet met de luiken dicht, maar wel als eenzaam mens die een boodschap wil uitdragen”) en Beatrix Potter („Beatrix Potter overleed in 1943, het jaar waarin ik werd geboren. Mijn leven begon met haar verhaaltjes”). Libelle-redacteur Margreet Botter praat verder in het nummer met Marjolein Bastin over over mannen, onzekerheden en schuldgevoelens. Uiteraard ontbreken de wekelijkse bijdragen ”Natuurlijk, Marjolein Bastin” en ”Vera de Muis” niet. De buxuskruidentuin bij haar woning op de Veluwe komt eveneens in beeld: „Als het in mijn hoofd een chaos is, kan ik hier alles op een rijtje krijgen.” De rubriek Woonnieuws wordt verzorgd door dochter Sanne, die sinds 2001 de Marjolein Bastin Kadowinkel in Ede onder haar beheer heeft. Haar moeder komt daar overigens op zaterdag 4 december 2004 signeren. Tussen 11.00 en 13.00 uur.

Wildlife Art, september/oktober 2004:

Al bladerend door het magazine zou je bijna geloven dat de belangstelling voor elanden in de VS groeit. Verspreid in deze editie staan welgeteld zeven schilderijen met het reuzenhert als blikvanger. Van Paco Young, die door Kristine Ellis wordt geportretteerd, staan er zelfs twee afgebeeld, waaronder ”POWER AND GRACE”. Het expressieve kleurgebruik van Terry Lee (MORNING MOOSE) en Ron Cheek (”CANDY MOOSE”) wijkt behoorlijk af van het traditionele palet dat natuurschilders gewoonlijk hanteren.

Lees meer...

Het Vogeljaar 52 (5) 2004, pag. 210 t/m 214:

Jos Rietveld belicht in het artikel ”De vogelboeken van Thijsse” de inhoud en achtergrond van de vijf vogelboeken uit het omvangrijke oeuvre van JACOBUS PIETER THIJSSE. Tekeningen van REIN STUURMAN, SJOERD KUPERUS en JOHANNES GERARDUS KEULEMANS completeren het verhaal.

”Ko” publiceerde het standaardwerk ”Het Vogeljaar” in 1904. Voorzien van een groot aantal tekeningen en veertien gelithografeerde platen van Keulemans en JAN VAN OORT. De tweede druk uit 1913 bevat behalve veel zwart-wit foto’s veertien kleurenplaten van Van Oort. In de zesde druk (1969) zijn kleurenplaten vanTHEO VAN HOYTEMA, Stuurman en opnieuw Keulemans opgenomen.

In 1906 brengt Thijsse ”Het intieme leven der vogels” uit. In de reeks ”Bibliotheek van de levende natuur” verschijnt in 1912 ”Het vogelboekje” met tekeningen van Van Oort. Zowel de vierde als de vijfde druk bevatkleurenplaten van Stuurman.

Thijsse’s minst bekende vogelboek –”Nederlandsche vogels”– verscheen in 1955 en telt twaalf grote aquarellen van Sjoerd Kuperus. Tien jaar later, ter gelegenheid van zijn honderdste geboortejaar, verscheen postuum het laatste vogelboek van Thijsse, het Verkade-album ”Vogelzang”.

De Telegraaf, 16 oktober 2004, pag. 21:

HANS PEETERS zet met het artikel ”Grauwe kiekendief vogel vol plezier” het nieuwe boek van ERIK VAN OMMEN in de schijnwerper. De Commissaris van de Koningin in Groningen, Hans Alders, nam het eerste exemplaar van ”De kiekendieven van het Oldambt” vanmiddag in ontvangst in galerie De Groninger Kroon te Finsterwolde. De originele olieverfschilderijen, aquarellen, etsen en tekeningen uit het boek zijn daar tussen 17 oktober en 9 januari 2005 op zaterdagen (van 14.00 tot 17.00 uur) en zondagen (11.00 tot 18.00 uur) te bezichtigen.

Lees meer...

Het Parool, 12 oktober 2004, pag. 22:

Het artikel ”De schat van Van der Hoop” vestigt de aandacht op de rijkelijk geďllustreerde botanische boeken van Adriaan van der Hoop, een van de rijkste Nederlanders uit de negentiende eeuw. Volgens Kees Gnirrep, samensteller van de tentoonstelling ”De Schat van Spaarnberg, de botanische bibliotheek van een Amsterdamse bankier” in de Universiteitsbibliotheek, wordt deze verzameling nog steeds gezien als een van de meest vooraanstaande in de Westerse wereld. „Er zitten voor liefhebbers echt prachtstukken bij. Met beroemde namen als Redouté; de crčme de la crčme van de boekillustraties.” De boeken waren volgens de oud-conservator voor geleerden en geďnteresseerden in die tijd niet te betalen. „De hoogleraren en professoren uit Amsterdam en Leiden liepen de deur plat bij het buitenhuis van Van der Hoop in Spaarnberg. Daar konden ze in zijn uitgebreide bibliotheek naar hartelust de naslagwerken inzien.”

Reformatorisch Dagblad, 12 oktober 2004, bijlage Wonen & Leven, pag. 19 en 21:

Onder de kop ”Gasten in de graanrepubliek” schrijft natuurredacteur Willem H. Smith over ”De kiekendieven van het Oldambt”, het nieuwste boek van ERIK VAN OMMEN.

Lees meer...

PALET, oktober/november 2004 (nr. 313), pag. 16 t/m 19:

Behalve als eigenaar van ’t KUNSTHUIS VAN OOSTEN en organisator van de jaarlijkse tentoonstelling ”Wild in de Natuur” zet Mayra Carels GÉ NIJHUIS als ”wildlife artist” in de schijnwerper. „Je moet wel een natuurtik hebben als natuurschilder. Je moet er veel over weten en dan zijn dierenparken niet voldoende. Dieren in een park zijn anders dan in de natuur. De beesten in een dierenpark zijn meestal veel dikker (lees: beter doorvoed) dan wilde dieren, gedragen zich anders en hebben vaak kromme poten of gekorte vleugels. Ze zijn juist onnatuurlijk en niet te vergelijken met wilde beesten. Een park kan wel handig zijn om de dieren in beweging te bestuderen, maar verder moet je gewoon de natuur in om de dieren in hun biotoop te zien.” Nijhuis beschouwt zijn (eerste) deelname aan ”Birds in Art”, de prestigieuze expostie van vogelkunstenaars in het LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM, als een grote eer.

BBC Wildlife Magazine, augustus 2004 (volume 22, number 8), pag. 56 t/m 60:

Nik Pollard verhaalt over zijn (eerste) bijdrage aan het tiende project van de ARTISTS FOR NATURE FOUNDATION. Hij was een van de 20 kunstenaars uit 12 landen die de laatste restanten van de droge bossen van Peru en Ecuador in 2003 in beeld brachten.

Palet, augustus/september 2004 (nr. 312), pag. 18 t/m 21:

LÉON R. VAN DER LINDEN vertelt Mayra Carels dat voordat hij aan een schilderij begint het grootste deel van het werk al is gedaan. „Het beeld moet in mijn hoofd al klaar zijn voordat ik begin. Dat vergt een degelijke geestelijke voorbereiding. Het voorwerk is zo ongeveer negentig procent van het hele schilderij. Dat wordt nogal eens onderschat, maar het heeft veel meer om het lijf dan het lijkt. Ik loop bijvoorbeeld al jarenlang met een paar ideeën in mijn hoofd, maar ik doe er niets mee. Het plaatje is nog niet af. De compositie is duidelijk, maar de invulling nog niet. Een schilderij is als wijn, je moet het laten rijpen.”

Om te beoordelen of het uiteindelijke doek klaar is, heeft hij een trucje. „Wanneer je je eigen werk in spiegelbeeld ziet, lijkt het een schilderij van iemand anders. Het geeft een totaal andere perceptie, je ziet direct waar eventuele fouten of gebreken zitten. Het is een oude truc, maar hij werkt bij mij altijd.”

Het artikel in PALET is de zevende in een reeks waarbij winnaars van de ”Wild in de Natuur”-publieksprijs van ’t KUNSTHUIS VAN OOSTEN worden geďnterviewd.

NRC Handelsblad, 14 juli 2004, pag. 20 (Achterpagina):

Kester Freriks noemt in het artikel ”De slechtvalk is niet slecht” het ”Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen” van Klaas J. Eigenhuis een onuitputtelijke schatkamer. „Niet alleen ornithologen en vogelliefhebbers, iedereen die in de wordingsgeschiedenis van taal is geďnteresseerd kan uren doorbrengen met lezen en namen zoeken in deze studie.” Het naslagwerk heeft volgens de auteur iets verslavends. „Eenmaal begonnen met lezen of zoeken, is het moeilijk ermee op te houden.” Bij de bespreking staan schetsen van DIRK MOERBEEK uit het boek afgedrukt: van de brandgans, de ekster en de slechtvalk.

Wildlife Art, juli/augustus 2004:

De cover van het Amerikaanse magazine WILDLIFE ART maakt al duidelijk dat deze editie vooral de aandacht richt op beeldhouwkunst. De sculptuur ”Cinder Block” is van Peter Woytuk aan wie een artikel is gewijd. Dat geldt ook voor de wildlife-beeldhouwers Bart Walter en Kent Ullberg. Behalve de Amerikaanse schilders Thomas Quinn, Melanie Fain, Jim Morgan en Greg Skol komen Jonathan Truss en Christophe Drochon uit respectievelijk Engeland en Frankrijk voor het voetlicht.

Het Parool, 2 juni 2004, pag. 24:

Christina Schoneveld attendeert in haar artikel ”Onze voorloper met de lange vinger” op de ”Aye-aye!! vingerdier: halfapen van Madagaskar” in de tentoonstellingszaal van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. Ze noemt de collectie tekeningen van FRITS-JAN MAAS het klapstuk van de expositie.

Lees meer...

Palet, juni/juli 2004 (nr. 311), pag. 18 t

Onder de kop ”Van huisdierportret tot wildlife art” schetst Mayra Carels MARINKA SIEBOLS Het artikel in PALET is de zesde in een reeks waarbij winnaars van de ”Wild in de Natuur”-publieksprijs van ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN worden geďnterviewd.

Reformatorisch Dagblad, 10 mei 2004, pag. 15:

Aankondiging van website www.wildlife-art.nl in rubriek Kunstgrepen van cultuurkatern Talent.

NRC Handelsblad, 4 mei 2004, pag. 10, Kunst:

Kester Freriks beschrijft –n.a.v. een kleine, ”smaakvol ingerichte” expositie in het Zoölogisch Museum Amsterdam in Artis Aquarium– de wetenschappelijke obsessie voor de ijsvogel van beeldend kunstenaar HANS WAANDERS. Uit die obsessie spreekt ook weemoed. Waanders wil de ”Alcedo atthis” in al zijn gedaanten weergeven, zodat we deze boeiende vogel weer terugwinnen in onze herinnering. Op het laatst werd voor hem alles ijsvogelblauw, de hele wereld. De in 2001 overleden kunstenaar herkende het dier zelfs in de gestroomlijnde vorm van vliegtuigen. Het milde van zijn bezetenheid uit zich in de verfijnde, subtiele stijl van de kunstwerken.

Lees meer...

Het Parool, 21 april, pag. 20 (Cultuur):

Jos Bloemkolk meldt dat ”De leeuw” van Rembrandt te bezichtigen is in de Gouden Doos, de expositieruimte van het Rijksmuseum op Schiphol. Behalve de uit 1660 daterende tekening maken nog zestien prenten van exotische dieren uit de jaren 1500 tot 1800 deel uit van de tentoonstelling ”Rembrandt and other animals”.

Lees meer...

De Gelderlander, 15 april, Cultuur (rubriek Kunstgreep):

NATUURKUNST

Sinds kort is de website www.wildlife-art.nl actief, een site waarin natuurkunst centraal staat. De site is het werk van Willem Smith (eigenaar van Galerie Smith in Style in Opheusden) en Frank Wolf. Dit duo nam eind 2003 het initiatief een website te lanceren omdat natuurkunst volgens het tweetal als kunstvorm zowel onbekend als onbemind is. De website biedt een overzicht van zo’n honderd natuurkunstenaars (waaronder de meest bekende artiest Rien Poortvliet) en informatie over workshops en tentoonstellingen. Ook is een deel van de natuurkunstverzameling van prins Bernhard op de site te zien; de prins heeft toestemming aan Smith en Wolf verleend om het initiatief te ondersteunen.

Duiken, april 2004, pag. 11:

Yvonne Groels portretteert onder de kop ”Ik hou niet van schilderen!” JEROEN VERHOEFF. Ze reageert vol verbazing als ze hoort hoe de gedetailleerde schilderijen van de snorkelende kunstenaar tot stand komen.

NRC Handelsblad, 25 maart 2004, pag. 26:

Marga Coesčl staat stil bij het feit dat ”Het Vogeljaar” van Jacobus Pieter Thijsse precies een eeuw geleden verscheen. Het boek vindt in 1904 gretig aftrek. Dat komt niet alleen door de tekst van de Amsterdamse onderwijzer en natuurkenner, maar ook door de prachtige plaatjes. Uitgever Versluys heeft de uitgave royaal laten illustreren. Met tekeningen van de schrijver zelf en van kunstenaars als JOHAN MICHIEL VAN OORT, maar ook –heel modern voor die tijd- met foto’s. De grootste aantrekkingskracht vormen echter de veertien gekleurde litho’s, de meeste van JOHANNES GERARD KEULEMANS. De volgende edities van de vogelgids wisselen sterk van uiterlijk. De zevende en laatste druk verschijnt in 1972 met een aantal gekleurde platen van THEO VAN HOYTEMA. Volgens Coesčl geven de edities van ”Het Vogeljaar” een aardig beeld van de ontwikkelingen op het gebied van illustratiekunst- en techniek. De biologe deed in 1999 met haar boek ”Natuurlijk Verkade” de geschiedenis van de Verkade-albums uitgebreid uit de doeken.