ERIC VAN DER AA „Mijn schilderwerk vormt deels de echo van voorgaande vakanties”, verklaart ERIC VAN DER AA als het om zijn inspiratiebronnen gaat. „In de jaren negentig ging ik in het voorjaar vaak naar Zuid-Europa, wat terug te vinden is in aquarellen van aasgieren, lammergier, kleine trap, vorkstaartplevieren, kleine torenvalken, grijze wouw, roodpootvalk, baardgrasmus, scharrelaar enzovoort. Mijn reis naar Alaska in 2004 leverde zeker tien schilderijen op en in 2006 en 2007 was ik enkele weken in Costa Rica. Dat was ook een heel inspirerende trip: ik kan alleen al tien jaar vooruit met het thema kolibries + orchideeën!” Voor november 2008 staat een reis naar Peru op de agenda. „Daar vind je ook veel kolibries en wat te denken van de lyre-tailed nightjar, de crimson-bellied woodpecker en tientallen kleurrijke soorten tanagers. Kortom, schilderen is ook een soort vertraagd fotograferen en maakt de beleving van een vakantie of natuurbelevenissen in het algemeen nog intenser.” Lange tijd huldigde Eric het principe dat hij een soort zelf gezien moe(s)t hebben om er een overtuigend en goed gelijkend schilderij van te kunnen maken. „Een mooi streven, maar het beperkte me ook in mijn mogelijkheden. Zo heb ik nooit nachtzwaluwen of kwartelkoningen gezien, alleen gehoord. Dat waren echter toch dermate bijzondere ervaringen dat het een schilderij rechtvaardigde. De kwartelkoning was bovendien een mooi excuus om een kleurrijk hooiland te schilderen. Ook de giervalk vergde een beetje smokkelen; de indrukwekkende giervalk die ik in Alaska zag was beduidend grijzer van kleur dan de nog mooiere witte, Groenlandse giervalk die ik uiteindelijk heb geschilderd. En misschien verloopt het wel als met de boommarter. Acht jaar nadat ik deze op papier zette zag ik vorig jaar eindelijk mijn eerste exemplaar! In ieder geval heb ik sinds kort alle zelf opgelegde beperkingen overboord gezet en ook prachtige soorten als sperweruil en alpensneeuwhoen op papier gezet. Momenteel werk ik aan de eveneens nog nooit door mij waargenomen laplanduil.” De kunstenaar schildert zelden twee keer dezelfde soort. „In de afgelopen vijftien jaar heb ik slechts ijsvogels, kemphanen en vossen twee keer op papier gezet. Waarom ik dat doe weet ik niet precies. Wellicht heeft dat te maken met een soort verzameldrift die ook de vogelaar in mij verklaart; zoveel mogelijk soorten zien, respectievelijk schilderen.” Eigenlijk is hij over slechts 10 procent van zijn schilderijen echt tevreden. „Concreet betekent dat dat het werk even mooi of mooier is geworden dan ik vooraf voor ogen had. Bij alle andere schilderen zie ik vooral de gemaakte fouten en speel ik vaag met het idee het schilderij ooit nog eens opnieuw te maken. Hetgeen ik vrijwel nooit doe.”
„Mijn schilderwerk vormt deels de echo van voorgaande vakanties”, verklaart ERIC VAN DER AA als het om zijn inspiratiebronnen gaat. „In de jaren negentig ging ik in het voorjaar vaak naar Zuid-Europa, wat terug te vinden is in aquarellen van aasgieren, lammergier, kleine trap, vorkstaartplevieren, kleine torenvalken, grijze wouw, roodpootvalk, baardgrasmus, scharrelaar enzovoort. Mijn reis naar Alaska in 2004 leverde zeker tien schilderijen op en in 2006 en 2007 was ik enkele weken in Costa Rica. Dat was ook een heel inspirerende trip: ik kan alleen al tien jaar vooruit met het thema kolibries + orchideeën!” Voor november 2008 staat een reis naar Peru op de agenda. „Daar vind je ook veel kolibries en wat te denken van de lyre-tailed nightjar, de crimson-bellied woodpecker en tientallen kleurrijke soorten tanagers. Kortom, schilderen is ook een soort vertraagd fotograferen en maakt de beleving van een vakantie of natuurbelevenissen in het algemeen nog intenser.” Lange tijd huldigde Eric het principe dat hij een soort zelf gezien moe(s)t hebben om er een overtuigend en goed gelijkend schilderij van te kunnen maken. „Een mooi streven, maar het beperkte me ook in mijn mogelijkheden. Zo heb ik nooit nachtzwaluwen of kwartelkoningen gezien, alleen gehoord. Dat waren echter toch dermate bijzondere ervaringen dat het een schilderij rechtvaardigde. De kwartelkoning was bovendien een mooi excuus om een kleurrijk hooiland te schilderen. Ook de giervalk vergde een beetje smokkelen; de indrukwekkende giervalk die ik in Alaska zag was beduidend grijzer van kleur dan de nog mooiere witte, Groenlandse giervalk die ik uiteindelijk heb geschilderd. En misschien verloopt het wel als met de boommarter. Acht jaar nadat ik deze op papier zette zag ik vorig jaar eindelijk mijn eerste exemplaar! In ieder geval heb ik sinds kort alle zelf opgelegde beperkingen overboord gezet en ook prachtige soorten als sperweruil en alpensneeuwhoen op papier gezet. Momenteel werk ik aan de eveneens nog nooit door mij waargenomen laplanduil.” De kunstenaar schildert zelden twee keer dezelfde soort. „In de afgelopen vijftien jaar heb ik slechts ijsvogels, kemphanen en vossen twee keer op papier gezet. Waarom ik dat doe weet ik niet precies. Wellicht heeft dat te maken met een soort verzameldrift die ook de vogelaar in mij verklaart; zoveel mogelijk soorten zien, respectievelijk schilderen.” Eigenlijk is hij over slechts 10 procent van zijn schilderijen echt tevreden. „Concreet betekent dat dat het werk even mooi of mooier is geworden dan ik vooraf voor ogen had. Bij alle andere schilderen zie ik vooral de gemaakte fouten en speel ik vaag met het idee het schilderij ooit nog eens opnieuw te maken. Hetgeen ik vrijwel nooit doe.”
(klik op beeld voor vergroting)
Meer over ERIC VAN DER AA ..... kunstenaar van de maand-archief:
kunstenaar van de maand-archief: