kunstenaar van de maand febrauri 2007
Pr. Stephanie paradijsvogel', olieverf Léon R. van der Linden

LÉON R. VAN DER LINDEN

De Prinses Stephanie paradijsvogel (Astrapia stephaniae) heeft hij al in olieverf vereeuwigd. Nu zet LÉON R. VAN DER LINDEN alles op alles om de Bensbach paradijsvogel (Janthothorax bensbachi) op doek figuurlijk tot leven te wekken.
De kunstenaar heeft zijn zinnen gezet op deze prachtig uitgedoste wezens die de jungle van Nieuw-Guinea kleur geven natuurgetrouw af te beelden. „Na ruim twintig jaar bezig te zijn geweest met het schilderen van de Europese en Noord-Amerikaanse natuur in gouache, acryl- en olieverf, verschoof mijn interesse zo'n drie jaar geleden naar vogelsoorten die voor een Nederlander niet direct voor de hand liggen. Dat begon met het bestuderen en weergeven van neushoornvogels, vogels uit Afrika en Azië. Daarna kwam ik in aanraking met een groep vogels die leeft in een andere uithoek van de wereld: Nieuw-Guinea met de omliggende eilanden. Dit immens grote gebied is zelfs in deze tijd nog omgeven met een waas van geheimzinnigheid. Hier leven diverse paradijsvogels, waarvan de meeste soorten nauwelijks bekend zijn. Dat heeft vooral te maken met de ondoordringbaarheid van hun biotoop. Tijdens het bestuderen van deze vogels kwam telkens de boeiende relatie met ons land in beeld. De Hollanders waren namelijk een poosje de baas op dit op een na grootste eiland ter wereld”, zegt de ”wildlife artist” uit Amerongen, die een groot aantal soorten paradijsvogels wil schilderen op een manier zoals hij ze graag ziet.
Dat blijkt geen gemakkelijke opgave. „Bij het verzamelen van gegevens ontdekte ik dat van sommige soorten bijna niets bekend is. Een enkel gedroogd huidje in een museum was het enige bewijs van het bestaan van een bepaalde soort, waarbij de vraag is of die misschien nog steeds ergens rondvliegt. En wat ervan beschreven is, moet gecheckt worden. Daar lag mijn uitdaging en begon mijn zoektocht.”
De Bensbach paradijsvogel stond hoog op zijn lijstje en Van der Linden kwam terecht in Naturalis te Leiden, die slechts een enkel bevederde huid van het dier heeft. „Geen enkele bioloog heeft deze vogel in levenden lijve gezien. Na wat zoeken bleek het enige bekende dode exemplaar zich in ons land te bevinden. Naturalis bewaarde als een schat een balg. Voor een nieuwsgierige kunstenaar is dit een bijna onmogelijke maar zeer interessante uitdaging om zo’n diersoort aan de hand van wat summiere gegevens tot leven te wekken. Of dat zal lukken, moet de tijd uitwijzen.”
Van der Linden krijgt hulp van Bruce M. Beehler van Institute Conservation International, dé specialist op het gebied van paradijsvogels. Deze Amerikaanse ornitholoog leidde eind 2005 een expeditie naar het afgelegen Foyagebergte in Nieuw-Guinea. Al binnen enkele minuten na aankomst per helikopter zag zijn team een onbekend vogeltje met een oranje masker en opvallende wangkwabben. Het bleek een nieuwe soort geelwanghoningeter, de eerste ontdekking van een nieuwe vogelsoort in Nieuw-Guinea sinds 1939. Een dag later werden de onderzoekers verrast door de verschijning van een koppeltje zesdradige paradijsvogels (Parotia berlepschi) in het kamp, dat elkaar ongegeneerd het hof maakte. De mannetjes hebben op hun kop zes lange dunne draden met een soort pluimpje aan de uiteinden. Bij de balts worden die draadjes tot een soort parapluutje gevormd. De Berlepsch's Six-wired Bird of Paradise, genoemd naar ornitholoog Berlepsch, zou zijn uitgestorven. Het dier was tot nu toe aan het eind van de negentiende eeuw alleen maar geïdentificeerd aan de hand van veren van dode vogels. Daarna waren de vogels nooit meer gezien.

Pr. Stephanie paradijsvogel', olieverf Léon R. van der Linden Paradijsvogels komen vooral op Nieuw-Guinea voor, waar de Papoea’s de pronkveren gebruik(t)en ter verfraaiing van hun hoofdtooien. Het buitenissige uiterlijk van de vogels lijkt bijna te mooi om waar te zijn. De vlammende verenbossen zijn al eeuwenlang onderwerp van de meest vreemde verhalen. Men was er zeker van dat ze ook niet naar de aarde hoefden om te eten, want ze leefden van dauw uit de lucht. Paren deden de monogame dieren ook in de lucht, evenals broeden: het ei zou in een holte op de rug van het vliegende mannetje liggen en het vrouwtje zat er bovenop!
De avontuurlijke Nederlandse zeevaarder Jan Huygen van Linschoten –dezelfde van ”Jan Huygen in de tuin”…– rept in zijn boek “Itinerario” (1596) al over paradijsvogels. Verondersteld werd dat deze vruchteneters inderdaad rechtstreeks uit het paradijs afkomstig waren. Hun schitterende veren waren van heuse engelen, dat kòn bijna niet anders. Ze kwamen aan de buitengewone kleuren door dicht bij de zon te vliegen. Men dacht dat de vogels aan het eind van hun leven naar beneden vielen. Zulke vogels hadden duidelijk geen poten nodig. Dit geloof werd nog versterkt doordat aan de vogelhuiden die naar Europa werden getransporteerd nooit poten zaten; de inheemse jagers verwijderden die altijd. De vader van de moderne taxonomie, Carl Linné, noemde de grootste soort, de grote paradijsvogel (Paradisaea apoda), de ”pootloze paradijsvogel”. Pas in de 19e eeuw werden de eerste levende vogels gezien, en kregen deze dieren weer aardse trekken: ze bleken wel degelijk pootjes te hebben! Maar toen volgde een nieuw, tragischer hoofdstuk, want de Europese modeateliers konden die prachtige veren wel gebruiken voor hun dameshoeden. Een meedogenloze jacht op de vogels was het resultaat, en duizenden paradijsvogelbalgen zijn daarna naar Europa verscheept. Op het laatste nippertje kwam er gelukkig een internationaal verbod op de handel in paradijsvogelveren. Nog steeds liggen er echter gevaren op de loer. De Indonesische autoriteiten, en vooral het Indonesische leger, beschouwen regenwoud van Papoea als een lucratief wingewest, boordevol hardhout en mineralen.

Paradijsvogels wisten ook natuurkunstenaars te boeien. De Engelse ornitholoog Richard Bowdler Sharpe (° 1847 - † 1909) voltooit in 1898 de eerste complete studie over paradijsvogels. Hij levert hiermee een zeldzame prestatie, getuige het feit dat er sindsdien nog maar zeven nieuwe soorten zijn ontdekt. Sharpe's ”Monograph of the Birds of Paradise” wordt beschouwd als een voortzetting van het werk van John Gould (° 1804 - † 1881), waarmee hij nauw heeft samengewerkt. Deze zakenman liet een groot aantal kunstenaars voor hem werken, waaronder zijn vrouw Elizabeth Gould (° 1804 - † 1841), Gabriel Bayfield (° 1781 - † 1870) William Matthew Hart (° 1830 - † 1908), Edward Lear (° 1812 - † 1888), Henry Constantine Richter (about ° 1821 - † 1902) en Josef Wolf (° 1820 - † 1899).
Sharpe maakte voor zijn boek gebruik van werk van Hart en
JOHANNES GERARDUS KEULEMANS. Zo tekende laatstgenoemde aan de hand van een pootloze balg de zeer zeldzame Bensbach paradijsvogel (Janthothorax Bensbachi).
Van der Linden, die van 3 februari tot 21 april zijn exotische vogels exposeert bij kunstgalerie
SMITH IN STYLE te Opheusden, zal deze maand ook stapsgewijs de ”making of” van een schilderij van deze mysterieuze vogel tonen. De bezoeker kan iedere week de vorderingen in deze rubriek volgen.

Uitwerking compositie en weergave basiskleuren van het definitieve werk.

"Uitwerking compositie en weergave basiskleuren van het definitieve werk".

Primaire schetsen Bensbach paradijsvogel

Meer over LÉON R. VAN DER LINDEN .....

kunstenaar van de maand-archief: 

januari 2007 JAN MEIJS
december 2006 GERARD HENDRIKS
november 2006 WIM ROMIJN
oktober 2006 PIETER VERSTAPPEN
september 2006 RENSO TAMSE
augustus 2006 HETTY HEYSTER
juli 2006 ROB VAN ASSEN
juni 2006 PETRA VERLOOY
mei 2006 ELWIN VAN DER KOLK
april 2006 ROBIN D’ARCY SHILLCOCK
maart 2006 RUUD WEENINK
februari 2006 ULCO GLIMMERVEEN
januari 2006 MICHEL SCHUTTE
december 2005 GERARD HENDRIKS
november 2005 ED HAZEBROEK
oktober 2005 RIA WINTERS
september 2005 DRAGO PECENICA
augustus 2005 RENSO TAMSE
juli 2005 JASPER DE RUITER
juni 2005 HARM VISSER
mei 2005 HERMAN VOS
april 2005 CEES HASMAN
maart 2005 WALTY DUDOK VAN HEEL
februari 2005 ELWIN VAN DER KOLK
januari 2005 HETTY HEYSTER
december 2004 RIA WINTERS
novemver 2004 ERIK VAN OMMEN
oktober 2004 ED HAZEBROEK
september 2004 MARINKA SIEBOLS
augustus 2004 DIRK MOERBEEK
juli 2004 ROBIN D’ARCY SHILLCOCK
juni 2004 FIONA ZONDERVAN
mei 2004 JEROEN VERHOEFF
april 2004 LÉON R. VAN DER LINDEN