RIJKSMUSEUM TWENTHE
kunst kijken

RIJKSMUSEUM TWENTHE in Enschede leidt de bezoeker langs kunst uit de Middeleeuwen, de Gouden Eeuw en de Romantiek, de Haagse en Amsterdamse School en het Impressionisme, om ten slotte te eindigen bij de moderne en hedendaagse kunst. Er is van alles wat. De collectie geeft een representatief beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de kunstgeschiedenis. Schilders als Ruysdael, Jan Steen, Monet, Breitner en Mondriaan, ze hangen er allemaal.

Jan Bernard van Heek (° 1863 - † 1923) vatte in 1916 het plan op een museum voor schone kunsten te bouwen en dit als schenking over te dragen aan het Rijk. In het oostelijk deel van het land ontbrak tot dusverre een dergelijke voorziening. De Twentse textielfabrikant en oudste zoon van Gerrit Jan van Heek sr. maakte zelf de realisering niet meer mee. Na zijn plotselinge dood zorgden zijn van oorsprong Amerikaanse weduwe en tien broers en zusters ervoor dat zijn wens toch in vervulling ging.

De architecten K. Muller en W. K. Beudt ontwierpen een gebouw met roodbruine bakstenen die elders in Enschede ook in oude fabriekspanden terugkomen. Op 17 juni 1930 werd het Rijksmuseum Twenthe overgedragen aan de Staat der Nederlanden. Jan Herman van Heek (° 1873 - † 1957), halfbroer van de stichter, werd benoemd tot onbezoldigd honorair directeur, welke functie hij tot 1956 vervulde.

De collectie omvat nu ongeveer 6000 kunstwerken. De kerncollectie, afkomstig uit de nalatenschap van Jan Bernard van Heek, bestond uit ongeveer 140 werken, voornamelijk schilderijen uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. De uitbreiding van de museale collectie werd in de beginjaren nogal gekenmerkt door de persoonlijke voorkeuren van schenkers en directeuren.

Een duidelijk voorbeeld hiervan is de beroemde ”wildlife art” verzameling van GERRIT JAN VAN HEEK jr. (° 1880 - † 1958). Het betreft Europa’s grootste collectie dierschilderijen uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw, waaronder doeken van de Grote Vier: RICHARD FRIESE (° 1854 - † 1918; 44 schilderijen), FRIEDRICH WILHELM KUHNERT (° 1865 - † 1926; 20 schilderijen), BRUNO ANDREAS LILJEFORS (° 1860 - † 1939; 17 schilderijen) en CARL RUNGIUS (° 1869 - † 1959; 6 schilderijen). De halfbroer van Jan Bernard schonk vanaf 1930 in fasen in totaal 132 schilderijen en tekeningen van negentien dierschilders, waaronder de Nederlanders JOSEPHUS ALPHONSUS SCHRIJNDER (11 stukken) en PIETER VAN DER HEM (6 werken). Van Heek bekostigde in 1938 eveneens de nieuwe noordvleugel om de verzameling permanent te kunnen tonen.

Augustus 1936 organiseerde het museum overigens de ”Tentoonstelling van Schilderwerken uit de Vrije Natuur en hare Dierenwereld in de Noordelijke Landen”, met werk van kunstenaars uit Nederland, Noorwegen, Zweden en Duitsland. Er verscheen een brochure bij deze tentoonstelling met een kort voorwoord van directeur Jan Herman van Heek: ”Ik hoop, dat het aanschouwen der schilderijen er toe zal bijdragen, te beseffen, dat er ook in ons sterk bevolkte land nog plekjes van rust en ongerept natuurschoon bestaan, waar dieren en vogelwereld zich ophouden, al blijft er geen ruimte en bewegingsvrijheid voor die grootere dierenwereld, die eens ook onze streken bevolkte, en die thans in de bergen, oerwouden en moerassen zijn teruggedrongen.”

Mede op initiatief van het museum rolde in 1956 het boek ”Het leven en de kunst van Prof. Richard Friese” van de pers, een jaar later gevolgd door ”De schilderkunst van Wilhelm Kuhnert”, eveneens vier-talig (Nederlands, Engels, Duits, Zweeds). Van Van Heeks collectie verscheen in 1972 onder de titel ”Het wild in de natuur” een oeuvrecatalogus.

Omdat de dierschilderijen niet in te passen zijn in de huidige opstelling verblijven zij momenteel in het depot. Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan biedt het Rijksmuseum geïnteresseerde bezoekers in 2005 de mogelijkheid een groot deel van deze ”wildlife art” te bekijken, waarbij Van Heeks achterkleindochter Fleur van der Schalk een toelichting geeft.

De directie heeft het voornemen om de wereldberoemde collectie in de toekomst opnieuw voor het voetlicht te halen. Er wordt gestreefd naar een presentatie in een aparte ruimte, waar de verzameling volgens drs. Paul Knolle, hoofd collecties, „in haar bio- en cultuurhistorisch verband heel goed tot haar recht zal komen.” Rijksmuseum Twenthe heeft daar met het Natuurmuseum en Museum Jannink, die naar verwachting voorjaar 2007 zijn samengevoegd tot Twentse Welle, al overeenstemming over.

Nederlandse liefhebbers zullen echter zeker tot 2008 geduld moeten hebben. Een selectie van 50 topstukken gaat namelijk waarschijnlijk na restauratie en conservering eerst op tournee door de VS en Canada en mogelijk ook door Zweden, Groot-Brittannië en Duitsland. Diverse Noord-Amerikaanse musea hebben hun belangstelling voor deelname aan dit bijzondere project getoond, zoals het Glenbow Museum in Calgary (Alberta), het Royal Ontario Museum in Toronto (Ontario), het National Museum of Wildlife Art in Jackson (Wyoming), het Yellowstone Art Museum in Billings (Montana) en het Bell Museum of Natural History te Minneapolis (Minnesota). Knolle: „Het Leigh Yawkey Woodson Art Museum in Wausau fungeert als onze Amerikaanse partner in de organisatie.” De partijen voeren momenteel besprekingen wanneer de tentoonstellingen in Noord-Amerika plaats hebben. Uitgeverij KNNV verzorgt de uitvoerige catalogus.

Rijksmuseum Twenthe onderging in de loop van de jaren diverse verbouwingen en uitbreidingen. De laatste had plaats tussen 1994 en 1996, toen een door Ben van Berkel ontworpen expositieruimte aan het complex werd toegevoegd. De binnentuin werd opnieuw ingericht door Lodelwijk Baljon.

Tijdens de vuurwerkramp op 13 mei 2000 liep het gebouw zoveel schade op dat het museum ontruimd en tijdelijk gesloten moest worden. De collectie bleef echter onbeschadigd. Na een herstelperiode van ongeveer een jaar gingen op 14 april 2001 de deuren weer open voor het publiek.

Adres: Lasondersingel 129-131, 7514 BP Enschede.

Informatie: 053-4358675, info@rijksmuseum-twenthe.nl, www.rijksmuseum-twenthe.nl.

kunst kijken