in 1990, 1993 en 1996 werd herhaald) kon het succes van ”Birds in Art” niet evenaren. Wat in 1976 min of meer
begon als een provinciale ontmoeting voor vogelillustratoren groeide in ruim een kwart eeuw uit tot een
prestigieuze show die meer dan 10.000 vogelportretten van 710 kunstenaars in de internationale schijnwerpers
zette. De objecten vertegenwoordigen het brede spectrum van de kunst. Behalve fotorealistische schilderijen en
sculpturen doen ook postmoderne, abstract expressionistische en impressionistische werken aan de competitie mee.
Ongeveer 70 procent van de inzendingen zijn afkomstig uit de VS, maar een groot aantal komt ook Groot-Brittannië.
De strenge toelatingscriteria bepalen het succes van ”Birds in Art”. Elke kunstenaar mag maximaal twee dia’s van
maximaal t
wee objecten inzenden.
In het voorjaar (in mei) nemen drie juryleden de ruim duizend ingezonden dia’s ‘blind’ onder de loep. Ze selecteren
de kunstwerken zonder dat ze weten wie de makers zijn. Uiteindelijk komen honderd tot 110 kunstwerken in aanmerking
voor de tentoonstelling in september. Daaronder zijn elk jaar objecten van 20 tot 25 ‘nieuwe’ kunstenaars.
„Het museum maakt elk jaar gebruik van een andere jury”, vertelt directeur Kathy Kelsey Foley. „Daardoor
verandert het karakter van de expositie ook telkens. Iedere jury legt het accent anders, maar men zoekt wel
altijd naar het ongebruikelijke, naar een niet te voorspellen kwaliteit. Dat houdt Birds in Art fris”.
Robert Bateman beschouwt de expositie van het LYWAM „als de sterke katalysator om de kwaliteit en het bewustzijn
van wildlife art in de huidige wereld te verbeteren.”
Jaarlijks doen zeker tien Nederlanders een poging om door de selectie van ”Birds in Art” te komen. De volgende kunstenaars slaagden daarin:
ULCO GLIMMERVEEN *: 1992, 1994, 1995, 1997, 1998, 2000, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009
GIJSBERT VAN FRANKENHUYZEN*: 1983, 1986, 1990, 1991, 1992, 1993, 1994, 1995, 1996, 1997, 1998, 1999, 2001, 2003
PIETER VERSTAPPEN*: 1992, 1993, 1995, 1996, 1997, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2006
ROBIN D’ARCY SHILLCOCK*: 1985, 1990, 1991, 1992, 1993, 1994, 1995, 1996, 2000, 2008
EWOUD DE GROOT: 2002, 2003, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009
HANS J. GEUZE: 1988, 1989, 1992, 1998, 2006
HENDRIK SLIJPER: 1981, 1982, 1983, 1987, 1989
JAN WESSELS: 1998, 2000, 2004, 2005, 2008
WALTY DUDOK VAN HEEL: 1987, 1988, 1991, 1993
LÉON VAN DER LINDEN: 1990, 1992, 1993, 2009
DIRK MOERBEEK: 2002, 2004, 2005, 2006
PIETER DIK: 1982, 1983
ERIK VAN OMMEN: 1990, 1991
KEES DE KIEFTE: 1995, 1997
HENK VAN ZANTEN: 2001, 2004
EVA VAN RIJN: 2000, 2005
JAAP DEELDER: 1987
Lion Arie Feijen: 1998
JEROEN VERHOEFF: 2000
GÉ NIJHUIS: 2004
MARTIN HOGEWEG: 2005
Martina Richter: 2003
Cornelia Elisabeth Sutö: 1998
ESTER VAN HULSEN: 2009
ELWIN VAN DER KOLK: 2009
RIA WINTERS: 2006
(* in 1996 eveneens geselecteerd voor de tentoonstelling ”Wildlife: The Artist’s View” )