JAN WESSELS,
geboren in het Overijsselse Hengelo, heeft op jeugdige leeftijd al
interesse voor de natuur. Met beide broers verzamelt de tiener kevers,
vlinders, schedels, eieren, mineralen en andere ”naturalia”. De
interesse voor het prepareren van dieren verliest Jan als hij op zijn
zestiende aarzelend met olieverf begint te schilderen. Al gauw merkt hij
dat hij zich hierin helemaal kan vinden. ”Ik vond een vriend voor het
leven”. Na zijn militaire dienst
in 1967 trekt Wessels viereneenhalf jaar al schilderend door Australië,
Tasmanië, Nieuw Guinea en Azië, een periode die hij als ”de mooiste
tijd van mijn leven” aanduidt. In Sydney houdt de avonturier zijn eerste
expositie.
Vanaf
1986 leeft hij helemaal van het penseel. De onderwerpen van de autodidact
zijn divers. Tijdens zijn omzwervingen door de natuur dienen zich altijd
nieuwe ideeën aan. ”Voor mij is de natuur vier seizoenen lang een
onuitputtelijke inspiratiebron. Er hoeft maar uit gekozen te worden.”
Zijn voorkeur gaat uit naar het Nederlandse landschap met het daarin
voorkomende wild, dieren die hij ook daadwerkelijk kan observeren en
bestuderen. Buitenlandse reizen leveren de laatste jaren ook geregeld
motieven op om te schilderen.
De
natuur in de zomer doen de natuur- en wildschilder niet zoveel, het is hem
te groen, te hard, te uitbundig, te voluptueus. De meest inspirerende
periode vindt hij de na-herfst en winter. ”Dan maken de groene kleuren
plaats voor de okers, de bruine en grijze neutrale tinten en de stille,
ingetogen wittinten van de sneeuw. Het is de periode met het zachte licht,
de nevels en de verstilling van de natuur.” Een typisch Jan
Wessels-schilderij is verstild, somber, mysterieus met veelal een heiige
achtergrond. ”Mensen zeggen wel eens: ”Jan Wessels loopt altijd in de
mist”. Overdreven natuurlijk, al heb ik inderdaad weinig zon in mijn
schilderijen.” Wessels, die een grote bewondering voor Rien Poortvliet
koestert, ziet het als een uitdaging de flora en fauna zo natuurgetrouw
mogelijk af te beelden. ”Ik schilder detaillistisch; het kleine vind ik
belangrijk. Daarvoor moet ik veel in de natuur zijn om heel goed te
kijken. Daar krijg ik nooit genoeg van. Elke keer zie ik weer nieuwe en
andere dingen. Ik hoef de natuur niet op te dirken.” Hij probeert te
schilderen vanuit het hart, waarbij de factor "tijd" hem
constant op de hielen ziet. Hij ziet geen kans om het vele dat hem
inspireert vast te leggen.

Zijn werk verscheen in magazines als ”Wild und Hund” en ”De Nederlandse
Jager” en bevindt zich in collecties
van het Manly Art Museum te Sydney (Australië) en het
LEIGHT YAWKEY WOODSON ART MUSEUM, waar hij in 1998, 2000, 2004 en 2005 mocht meedoen aan de expositie ”Birds in Art”. Zijn schilderijen
”Zandbadende patrijzen” en ”About to live on” werden
respectievelijk in 1998 en 2000 geselecteerd voor ”Birds in Art”.
Daarnaast exposeerde Jan Wessels in België en Duitsland. Vanaf
1985 mag hij meedoen aan de internationale kunsttentoonstelling ”Wild in
de Natuur” van ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN in Enschede. Zowel in 1989
als in 1993 sleept hij daar de publieksprijs in de wacht. In november 2003
rolt ”Jan Wessels – Natuur- en wildschilder” van de pers. Het inmiddels uitverkochte boek,
waarin Roely Boer zijn boeiende levensgeschiedenis beschrijft, bevat een
groot aantal afbeeldingen van zijn olieverfschilderijen.