kunstenaars


JAN WEENINK begon, nadat hij werk van de Engelse dierenschilder Alan M. Hunt (° 1947) gezien had, serieus met schilderen. Hij volgde van 1972 tot 1976 een opleiding aan de Rietveld Academie in Amsterdam, waarna hij als tekenleraar werkzaam was. Zijn belangstelling voor vogels werd mede gevoed door zijn bewondering voor de Britse vogelschilders Charles Frederick Tunnicliffe (1901 - 1979), Archibald Thorburn (° 1860 - † 1935) en David Morrison Reid-Henry (° 1919 - † 1977). Toch schildert Weenink niet uitsluitend vogels. Na enkele buitenlandse reizen kreeg hij ook belangstelling voor zoogdieren. Normaal zoekt hij zijn inspiratie echter in de nabije omgeving van zijn woning in het Noord-Hollands duinreservaat. Weenink, broer van RUUD WEENINK, legt uiterst gedetailleerd zijn objecten vast. Aanvankelijk deed de kunstenaar dat met gouache, maar tegenwoordig gebruikt hij olieverf. Ook in de onderwerpkeuze zijn veranderingen te zien. In plaats van ”natuur” worden dat steeds meer stillevenachtige thema’s, waarin altijd vogels een belangrijke plaats innemen.

Met achttien andere natuurillustratoren en –kunstenaars werkte Weenink in 1986 mee aan ”Prins Bernhard als natuurbeschermer”. Dit boekje verscheen ter gelegenheid van de 75 verjaardag van de prins en toont onder andere een gouache van Weeninks hand. Zelf  ontvangt hij regelmatig opdrachten voor het maken van kalenders en posters en voor het illustreren van boeken (zoals ”Tuin in Tuin uit” (1996) en ”Wegwijzer voor aankomende vogelaars” (1996)) en tijdschriften van Vogelbescherming Nederland, Het Vogeljaar, Landschap Noord-Holland en Reader’s Digest. Weenink exposeerde in Nederland, België en Duitsland. In 1990 won hij de publieksprijs op de internationale tentoonstelling ”Wild in de Natuur” van ’t Kunsthuis van het Oosten.
 

 
 

kunstenaars