JAN VOERMAN jr. kreeg
bekendheid door zijn werk voor de sinds 1905 verschenen en beroemd
geworden Verkade-albums. De op 23 januari 1890 geboren Jan volgde aan de
Rijksacademies voor Beeldende Kunst in Amsterdam en Den Haag de opleiding
grafiek, tekenen en lithografie. In 1923 trouwde hij met Henriette (”Hetty”)
Mansholt. In dat jaar was ook voor het eerst werk van hem op een
tentoonstelling te zien. Zijn stillevens en bloemstukken werden
enthousiast ontvangen. Aan erkenning ontbrak het Jan Voerman niet, al
bleef hij altijd wat in de schaduw van zijn meer bekende vader Jan staan.
Deze was getrouwd met Anna, dochter van Ericus Gerhardus Verkade sr., in
1886 grondlegger van Bakkerij ”De Ruiters” der firma Verkade &
Comp. te Zaandam. Dit paar vestigde zich in 1887 in Hattem, dat in de
jaren daarna uitgroeide tot een kunstenaarscentrum. De IJsselschilder had
het zo druk met zijn werk, dat hij in 1905 niet aan het verzoek van zijn
zwagers Ericus jr., Arnold en Anton kon voldoen. De jonge directeuren van
de brood-, koek- en beschuitfabriek hadden hem gevraagd als illustrator
van hun eerste natuuralbum. ”Vraag dat maar aan Jan, die kan dat veel
beter. Laat hij die kleine wereld maar maken en laat mij de hoge
luchten”, zei Senior. Zijn oudste zoon was op dat moment pas vijftien
jaar oud. Na enkele proeven van bekwaamheid mocht hij meedoen.
Jan
Voerman jr. zou uiteindelijk een van de belangrijkste illustrators van de
Verkade-plaatjesalbums worden. In de beginjaren ging er geen aquarel de
deur uit zonder vaders goedkeuring. In 1906 verscheen het album
”Lente”, voorzien van 144 kleurenplaatjes van Voerman jr., WENCKEBACH en VAN OORT,
en geschreven door de Amsterdamse onderwijzer en natuurkenner Jacobus
Pieter Thijsse (° 1865 – † 1945), die in totaal 20 Verkade-albums
schreef. Van de acht illustratoren was Voerman de meest productieve.
Hij
werkte mee aan 27 van de 35 albums. Zijn tekeningen verschenen onder
andere in ”Zomer” (1907), ”Herfst” (1908), ”Winter” (1909),
”De bonte wei” (1911), ”Het Naardermeer” (1912), ”Bosch en
heide” (1913), ”Mijn aquarium” (1925), ”De bloemen in onzen
tuin” (1926), ”Texel” (1927), ”Kamerplanten” (1928),
”Paddestoelen” (1929), ”Cactussen” (1931), ”Vetplanten”
(1932), ”De bloemen en haar vrienden” (1934), ”Hans de torenkraai”
(1935), ”De b
oerderij”
(1936), ”Waar wij wonen” (1937), ”Onze groote rivieren” (1938),
”Dierenleven in Artis” (1939), ”Apen en hoefdieren in Artis”
(1940), ”Vogels in Artis” (1988) en ”Eik en beuk” (1995). De
samenwerking met Verkade duurde 35 jaar en werd met het uitbreken van de
Tweede Wereldoorlog beëindigd. De resterende 37 jaar ging de graficus en
illustrator zich toeleggen op zijn vrije werk en grote passie: het werken
met olieverf. Daarbij ontleende hij zijn inspiratie vrijwel altijd aan de
natuur. Voerman was tevens graficus. Tot 1954 verscheen bijvoorbeeld zijn
lithografische werk op kalenders.
Een
groot deel van Voermans oeuvre bevindt zich in het VOERMAN
MUSEUM HATTEM, die in 1975, ter gelegenheid van zijn 85-jarige
leeftijd, een eretentoonstelling inrichtte. Een half jaar later, op 13
juni, overleed de kunstenaar in Blaricum. In 2001 schreef Rita van der
Hout het boek
”Jan Voerman Junior, uit de schaduw van de IJsselschilder”. Ze haalt
met dit standaardwerk Jan Voerman jr. niet alleen uit de schaduw van zijn
dominante vader, maar probeert van hem ook het etiket ”De man van de
Verkade-plaatjes” los te weken. De chronologische lijst van zijn werk in
de rijk geïllustreerde paperback telt maar liefst 800 titels.