ontmoette, één ding vast:
hij wilde ook dierenschilder worden.
Enthousiast
toog hij naar de Academie voor Beeldende Kunsten in zijn geboorteplaats
Rotterdam, maar al snel hield Renso de opleiding voor gezien. Het
schilderen op die school beantwoordde op geen enkele wijze aan wat hij
voor ogen had. Als liefhebber van de natuur ging zijn voorkeur meer uit
naar realistische schilderkunst. „De aandacht van docenten was echter
vooral gericht op abstracte en moderne kunst. Je moest iets maken wat zij
wilden. Ik had het gevoel of ik in een kistje werd gestopt.” De stadse
kunstenaar wil niets liever dan wilde, geheimzinnige natuurlandschappen en
de dieren die daarin thuis horen, schilderen. Om de wildgebieden beter te
kunnen begrijpen, reist hij regelmatig naar Noord-Amerika, Zwitserland, de
Franse Pyreneeën en Scandinavië. Vooral in het spectaculaire landschap
van de Rocky Mountains in Canada begint het bij hem te kriebelen. De
bossen en hoogvenen van Tsjechië zijn eveneens een favoriete bestemming
voor hem. Ter plekke ervaart hij hoe de flora en fauna een onuitputtelijke
inspiratiebron zijn. In de vaak ongerepte natuur kan Renso Tamse geraakt
worden door een plukje mos, een stukje schors, een grillige boomstam.
„In het ogenschijnlijk gewone schuilt vaak een ongekende en fascinerende
schoonheid.” Hij beschouwt het als een uitdaging om „van iets dat op
het eerste gezicht oninteressant lijkt iets boeiends te maken.” Behalve
aan de compositie van zijn schilderijen schenkt de ”wildlife artist”
veel aandacht aan de juiste weergave van dieren. „De anatomie moet
gewoon kloppen. Daarnaast vind ik minstens zo belangrijk dat een
schilderij leeft. Ik probeer in mijn werk een ziel te leggen.” Om die
reden begint Renso na een compositieschets meestal direct met de kop van
een dier. „In de ogen schuilt het leven!”
Hij schildert met gewone waterverf, die zo droog mogelijk op aquarelboard
wordt aangebracht. Ik
hanteer het penseel net als een potlood. Pas als het gewenste motief zo
goed als klaar is, voeg ik er heel voorzichtig wat meer water bij. Laag
over laag.” Zowel het resultaat als de stijl zijn verbluffend. Kenners
herkennen er direct de hand van hem in. Tamse’s schilderijen bieden
toeschouwers een belevenis, vaak pas bij een tweede of derde aanblik, want
de kunstenaar verklapt niet direct alle geheimen. Wie de scènes goed
bekijkt, ontdekt soms verrassende dingen. Zelf
is hij nooit tevreden over zijn werk. „M’n beste schilderij moet ik
nog maken.” Die zelfkritiek daagt hem uit om telkens een nieuw tafereel
te tekenen.
De kunstenaar
legt niet een specifieke boodschap in zijn fotografische aquarellen. Hij
hoopt wel dat zijn artistieke bezigheid mensen aan het denken zet. „De
natuur móet beschermd worden.” Behalve in de VS exposeerde Tamse in
’t Kunsthuis van het Oosten
(”Wild in de Natuur”) en galerie SMITH
IN STYLE.