Joseph Alphonsus Schrijnder (° 1894 - † 1968)
kunstenaars

ALPHONSUS SCHRIJNDER, geboren in Druten, was oorspronkelijk geen kunstschilder, maar van 13 maart 1924 tot 22 juli 1946 een kunstzinnige burgemeester van de stad Grootebroek. Met toestemming van de Commissaris van de Koningin richtte hij in zijn ambtswoning een atelier in. De huidige gemeente Stede Broec heeft nog acht olieverfschilderijen in eigendom, waaronder een groot portret van koningin Wilhelmina (200 x 125 cm) en een jachtstilleven.

Na de bevrijding ging het gerucht dat Schrijnder in de Tweede Wereldoorlog niet helemaal zuiver op de graat was geweest. „Er is inderdaad een beschuldiging geweest aan het adres van mijn grootvader over het fout zijn in de oorlog, maar die bleek vals”, zegt kleinzoon Justus Broeder. „Mijn grootvader is later gerehabiliteerd door Pieter Noordeloos, ook verzetsman. In de oorlogstijd waren er namelijk in Grootebroek een groot aantal onderduikers aanwezig. Na zijn rehabilitatie is er een laan in Grootebroek naar hem genoemd.”

Gegrepen door de jacht, maar bovenal de natuur, bestudeerde Schrijnder beide en legde zijn impressies in een schetsboek vast. Met name het waterwild, geobserveerd in de Biesbosch en elders, maar vooral ook op de vlak bij zijn woning gelegen Amstelveense Poel, had zijn bijzondere belangstelling en liefde. Hij specialiseerde zich in het weergeven van de vogels in een landschap met machtige luchten. Tijdens regenbuien hield zijn echtgenote een paraplu boven de schetsende autodidact, bekend om zijn kalotje op het magere, borstelige hoofd. „Op het hoogtepunt van de vlucht (..) werd het soms ineens stil in zijn hut. De eerste keer dacht ik dat hij door zijn patronen heen was en baggerde er naar toe. Je zat nogal eens te wachten op een schot, als je Schrijnder ergens wist waar het wild overheen trok. Maar hij was dan bezig en had het geweer aan de kant gelegd”, schreef ARNOLD FOEKE VAN DER WAL in het artikel ”Bij de molen…”, dat in het boekje ”Cartouche als mens en jager” (1987) werd opgenomen. De hoofdredacteur van De Nederlandse Jager, die de kunstenaar bij een andere gelegenheid karakteriseerde als een zachtaardige man, werd bij het zien van het schilderij ”De molen van Penningveer” herinnerd aan het moment dat het gezichtsvermogen van Schrijnders rechteroog wegviel. „Beduusd kwam hij uit zijn atelier en vertelde het zijn lieve vrouw. Die bestelde direct een taxi naar het ziekenhuis, maar er bleek niets aan te doen. En zijn linkeroog was al niet zo best. Voortaan moest hij steeds een andere bril opzetten en tijdens het schilderen heen en weer lopen. Werkte ook meer met het mes, wat misschien wel zijn mooiste doeken opleverde. Met dat geheel eigen handschrift, op afstand herkenbaar, ook in zijn tekeningen. De oudere lezers herinneren zich die nog wel van de omslagen, iedere 14 dagen een andere, waarover we vaak en plezierig overleg pleegden. (..) Eens (..) uitte ik mijn vrees dat hij ooit blind zou worden. Wat zou dat een ramp zijn. En wat zei ze (Nel)? „Welnee Arnold, ik heb het daarover al met hem gehad. Weet je wat-ie dan zegt? „Nou meid, dan heb ik toch mijn hele leven lang heerlijk kunnen kijken!””

PIET VAN DER HEM, BRUNO LILJEFORS en de Duitse wildschilder Friedrich Wilhelm Kuhnert (°1865 - †1926) inspireerden Slijper, die op 27 januari 1968 op 73-jarige leeftijd in Amstelveen overleed. Zijn weduwe schonk Van der Wal het doek, dat een van zijn laatste schilderijen was. In de jaren vijftig en zestig verzorgde Schrijnder vijftien jaar lang de omslagen van ”De Nederlandse Jager” en zijn tekeningen, aquarellen en olieverven sierden ook de binnenpagina’s van het blad. Buitenlandse jachttijdschriften drukten zijn jacht- en natuurtaferelen eveneens af. Van vier olieverfschilderijen gaf de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) facsimile reproducties uit. RIJKSMUSEUM TWENTE bezit elf schilderijen van hem.

virtuele galerie

kunstenaars