kunstenaars

Aan deze pagina wordt nog gewerkt om deze kompleet te krijgen. Heeft u aanvullende informatie, dan is deze van harte welkom!

KEES VAN SCHERPENZEEL (° 1955) weigert zich kunstenaar te noemen. Met die term wordt veel te veel gestrooid.” In het Zuid-Hollandse Oude Wetering stond zijn wieg. Aan het Braassemermeer. De meester van de lagere school had echter wel door dat Kees iets moois op papier kon zetten. De man nam de tekeningen van de leerling gewoon mee naar huis. Tijdens het voortgezet onderwijs, toen hij het boek ”Jachttekeningen” in handen kreeg, koos Scherpenzeel bewust voor het tekenvak. „Dat boek sloeg bij mij in als een bom. Voor mij is RIEN POORTVLIET de grootste natuurkunstenaar.” Aan de Rietveld Academie in Amsterdam was onder anderen PIET KLAASSE zijn leermeester. 

Met de inspirerende lessen als bagage probeerde hij na de studie met potlood en penseel de kost te verdienen. Maar ook voor hem gold: alle begin is moeilijk. „Je moet zeuren en leuren met je tekeningen. In Nederland verdien je als natuurtekenaar sowieso een droge boterham. Dus begon ik met boekomslagen en binnenwerkillustraties. Ik heb gewerkt voor Libelle, Panorama, toen dat nog een gezinsblad was, en Vogelbescherming.” Aan het schilderen met olieverf kwam in 1995 abrupt een eind. „Ik brak de pols van m’n tekenarm en kreeg er gratis een aandoening bij: posttraumatische dystrofie. Na tweeënhalf jaar revalidatie lukte het Van Scherpenzeel weer potlood en penseel te hanteren, al bleek werken achter een schildersezel definitief uitgesloten. „Ik kan mijn rechterhand niet meer lang omhooghouden en moet dus het werk plat neerleggen.” Zijn eerste aquarel na het ongeluk -een fazantenhaan, ineengedoken van de kou, in een verstilde, witte wereld- beschouwt hij als een wapenfeit. „Die verkoop ik nooit.” Het leed was nog niet geleden. Na een gebroken teen openbaarde de posttraumatische dystrofie zich ook in zijn been. „Ik moet nu met een kruk door het leven. Lang lopen is uitgesloten. Daardoor kan ik het veld niet meer in. Voor een natuurtekenaar is dat een probleem.” 

Als natuur- en dierenkenner is hij gespecialiseerd in het uitbeelden van de natuur. De illustrator beschouwt zijn werk als een ambacht. „Ik verricht het in de oude traditie van goed je vak beheersen. Af en toe komt er iets bij. Iets van een toegevoegde waarde waardoor je het kunst kunt noemen. Ik waak ervoor dat mijn werk een constant niveau uitstraalt. Soms zijn er uitschieters naar boven. „Dat zijn momenten van genade”, zei iemand eens.” Als Van Scherpenzeel een vos of een otter tekent heeft hij de denkbeeldige zoogdierkenner op het oog. „En een vogelaar mag de slagpennen van mijn buizerd tellen!” Van “airbrush” moet hij niets weten. „Je kunt er heel mooie dingen mee doen, maar er zit geen leven in. Ik kies meer voor het gevoelige werk.” Zijn naturalistische stijl omschrijft hij dan ook als romantisch. Opvallend is daarbij het gebruik van frisse, opgewekte kleuren. Hij zal niet alles tekenen. Zo heeft hij met het afbeelden van dikbilkoeien moeite. „Als een manuscript niet strookt met mijn normen en waarden, dan haak ik af. Geweld zie ik bijvoorbeeld niet zitten. Ellendige dingen uitbeelden lijkt me heel deprimerend. Ik kies niet voor het brute. Het bloed zal nooit van de pagina afspatten. Een dood hert zal een mooi dood hert zijn. Misschien wil ik de werkelijkheid soms mooier voorstellen dan die is.” 

Met achttien andere natuurillustratoren en –kunstenaars werkte Van Scherpenzeel in 1986 mee aan ” Prins Bernhard als natuurbeschermer”. Dit boekje, waarvan hij de lay-out verzorgde, verscheen ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de prins en toont een sperwerstudie (potlood), een houtduif (gouache met potlood) en oever- en waterplanten (aquarel) van zijn hand. Kees van Scherpenzeel, die onder andere exposeerde in Kasteel Doorwerth, Wildpark Het Aardhuis, Singermuseum in Laren en Slot Zeist, beschouwt de uitgave van het boek ”Heer Lampe. De Europese Haas in Nederland” in mei 2004 als een hoogtepunt in zijn tekencarrière. Het was het 200e boek dat hij illustreerde.

 
 

kunstenaars