te vinden. Andere natuurindrukken deed hij op in een beperkt geografisch
gebied: Texel, het plassengebied van Holland, langs de Amstel, de
zuidwesthoek van Friesland en enkele aanliggende gebieden. Incidenteel
tekende hij ook op de Veluwe en in de Achterhoek. De eerste artistieke
opdracht kreeg Kuperus in 1919 van het blad ”Buiten”, waarna veel
tekeningen in tijdschriften en kranten zouden volgen. Gedurende zijn leven
illustreerde hij zo’n honderd boeken, waaronder Thijsse’s album
”Nederlandsche Vogels” (1934). Met sommige auteurs, vooral met die van
natuurboeken, had de tekenaar contacten, zoals Rinke Tolman (° 1891 –
† 1983), Albertus Bernard Wigman (° 1891 – † 1972) en Jan Vriends (°
1901 – † 1992). Hij leerde van hun opmerkingen, las natuurpublicaties
en oefende zich in het waarnemen in de vrije natuur en in Artis. Ook het
steeds maar weer schetsen in duizenden snelle ”krabbels” van
landschap, dier, plant en mens zorgden ervoor dat de tekenaar elk thema,
onderwerp op een trefzekere manier kon vastleggen. Hij was een scherp
waarnemer die zelfs op hoge leeftijd altijd potlood en papiertjes op zak
had. De kleurenblinde kunstenaar was bedreven in enkele grafische
technieken. Hij maakte fraaie litho’s en etsen, maar was vooral een
meester met het potlood. Kuperus was in staat om in zwart op wit te
bereiken wat anderen met kleuren konden.
Aan
tentoonstellingen deed hij nauwelijks mee. In de winter van 1939-1940
waren vier etsen en tekeningen te zien in het Rijksmuseum te Amsterdam.
Pas veertig jaar later trad hij met zijn werk weer in de openbaarheid.
Kuperus exposeerde toen in Museum ’t Coopmanshûs te Franeker, het
Bleekerhûs in Drachten en het Admiraliteitshuis te Dokkum.
De
kinderloze tekenaar, die in 1964 naar het Friese Koudum verhuisde, liet
bij zijn overlijden in 1988 een omvangrijk oeuvre na. In 1989 schonk de
weduwe de tekeningen van haar man aan verscheidene musea, onder andere het
FRIES
NATUURMUSEUM in Leeuwarden. Naar aanleiding daarvan verscheen
”Natuurgetrouw” (1990), een prentenboek als postuum eerbetoon. Al
eerder, in 1981, schreven dr. Hans Mulder en Adri den Oudsten het boek
”Natuurlijk met potlood, Sjoerd Kuperus”.