voorop, hebben veel invloed op zijn werk gehad. Zo nam hij in 2002 in Montana (VS) deel aan een seminar van deze Canadees. „Ik kwam er steeds meer achter dat natuurkunst niet alleen maar het weergeven van de natuur is, maar dat dezelfde principes gehanteerd worden als bij andere kunstgenres. Er is in de kunstwereld veel weerstand tegen het realistisch weergeven van de natuur. Volledig onterecht als je het mij vraagt. Goede wildlife art is niet louter het exact weergeven van de natuur, maar het heeft alles te maken met compositie, ritme en vormen.”
De kunstenaar, die het adagium van John Ruskin (”All great art is the expression of man’s delight in God’s work, not his own”) als leidmotief heeft, maakt naast schilderijen ook kleurenillustraties en pentekeningen, die in diverse publicaties verschijnen, onder andere van Vogelbescherming en SOVON, waaronder de Atlas van de Nederlandse broedvogels (2002). Bij voorkeur gebruikt hij acrylverf. „Ik weet niet waarom, maar ik krijg regelmatig complimenten over het feit dat ik mijn schilderijen met acryl maak. Veel mensen denken bij acryl aan harde, felle kleuren. In de natuur kom je die echter nauwelijks tegen. Ik gebruik de acrylverf heel erg nat. Soms zelfs zo nat dat ik niet achter een ezel kan werken want dan druipt de verf naar beneden.”
Voor de ondergrond van zijn schilderijen gebruikt Van der Kolk masoniet met drie of vier lagen gesso. Een aantal jaren geleden tekende hij eerst alles uit op het witte paneel, maar tegenwoordig begint hij gewoon te schilderen. „Op een gegeven moment, soms na lang ploeteren, ontstaat er iets dat veel lijkt op het beeld dat ik voor ogen had. Het klinkt belachelijk, maar goed beschouwd is schilderen frustrerend. Niet één schilderij lukt volledig. Sommige werken benaderen het beeld in mijn hoofd aardig, maar heel vaak komt er iets anders uit, iets waar ik dan ook wel tevreden over ben. Het heeft te maken met de complexiteit van de natuur. Het is niet in een schilderij te vangen. Logisch, want iets met drie dimensies, wat je beleefd hebt met vier of vijf zintuigen, kun je niet reduceren tot een tweedimensionaal beeld dat je vervolgens met één zintuig kan waarnemen. Een andere schilder zei eens: „My mental image is perfect, always. But with the first brushstroke, it’s all downhill.” Toch is het vastleggen van de natuur in een schilderij een drang die ik, denk ik, nog steeds zou hebben als niemand mijn werk zou kopen.”
Van der Kolk, die in 1996 zijn studie biologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen afrondde, is parttime biologiedocent aan een middelbare school. Vanaf 1992 exposeert hij jaarlijks in ’t KUNSTHUIS VAN
HET OOSTEN (”Wild in de Natuur”) te Enschede en vanaf 2002 bij galerie SMITH IN STYLE te Opheusden. In 1996 behaalde hij de 1e prijs van de Unie van Landschappen.