English version
Johannes Gerardus Keulemans (° 1842 - † 1912)
kunstenaars

De kunstenaar omstreeks het jaar 1870. JOHANNES GERARDUS KEULEMANS is in Nederland bij zijn leven minder bekend dan in het buitenland. Daar kent men hem vooral als John Gerrard Keulemans. De op 8 juni 1842 geboren Rotterdammer is al op jonge leeftijd een hartstochtelijk natuurliefhebber. Evenals de beroemde vogeltekenaars John James Laforest Audubon (° 1785 - † 1851) en John Gould (° 1804 - † 1881) prepareert hij vogels en legt hij hun vliegbewegingen in schetsen vast.
Dolgraag wil de jongeman ontdekkingsreiziger worden. Deze droom wordt in december 1864 werkelijkheid. Dankzij een aanbeveling van professor
dr. HERMANN SCHLEGEL, directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, vergezelt Keulemans de natuuronderzoeker dr. Heinrich Dohrn (° 1838 – † 1913) op diens verzamelexpeditie naar tropisch West-Afrika. Tot ongenoegen van zijn Duitse reisgenoot publiceert hij al in 1866 het 39 pagina’s tellende artikel ”Opmerkingen over de Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden en van Prins-Eiland” in het ”Nederlandsch Tijdschrift voor de Dierkunde”.
De Nederlandse veldornitholoog krijgt bij terugkomst in maart 1866 een baan bij het Leidse museum, waar hij tot medio 1868 werkzaam is. Tussentijds, op 16 maart 1867, trouwt de ”assistent tekenaar” met Engelina Johanna Spoor (° 1848 – † 1876).

Keulemans schrijft het drie delen omvattende werk ”Onze Vogels in Huis en Tuin” (1869-1876), dat hij eveneens van 200 handgekleurde litho’s voorziet. Hij is dan ook bezig met illustraties voor ”A monograph of the Alcedinidae (Kingfishers)”, een boek van dr. Richard Bowdler Sharpe (° 1847 – † 1909) dat tussen 1868 en 1871 in 18 afleveringen verschijnt. Mede dankzij deze latere conservator van het British Museum in Londen verwerft Keulemans grote internationale bekendheid en waardering als illustrator. Sharpe adviseert de ambitieuze kunstenaar naar Engeland te emigreren, wat eind 1869 ook gebeurt. In 1871 verschijnt Keulemans tweede boek, ”A Natural History of Cage Birds”.

De tekenaar is weldra de meest gevraagde vogelillustrator van zijn tijd. Hij heeft werk genoeg, want het is de tijd waarin veel onbekende vogels worden ontdekt, beschreven en in kleuren moeten worden afgebeeld. Van Keulemans wordt gezegd, dat geen enkel belangrijk werk over vogels, waar ook ter wereld, het zonder afbeeldingen van zijn hand kan stellen. De illustrator heeft een enorme productie. Hij maakt duizenden prenten voor ten minste 147 boekwerken. Daarnaast wordt de vogelschilder de vaste illustrator van zeker 24 gezaghebbende tijdschriften, waaronder ”The Ibis” van de British Ornithological Union en ”Proceedings and Transactions” van de Zoological Society in Londen. Een groot aantal van deze uitgaven is nu zowel zeldzaam als bijzonder kostbaar.

Wat Nederlandse tijdschriften betreft slaagt JACOBUS PIETER THIJSSE erin om in ”Het Vogeljaar” platen uit Keulemans’ boek ”Onze vogels in huis en tuin” op te nemen. Keulemans tekent overigens ook andere dieren, wat blijkt uit het boek ”A Monograph of the Canidae (Dogs, Jackals, Wolves and Foxes)” (1890) van St. G. Mivart. Van Keulemans zijn weinig afzonderlijke schilderstukken bekend. Enkelen daarvan staan afgebeeld in het boek ”Feathers to Brush. The Victorian birdartist John Gerrard Keulemans 1842-1912” (1982). De Nederlander CONSTANT JAN COLDEWEY, ’s werelds belangrijkste verzamelaar van werken met platen van Keulemans, schrijft deze privé-uitgave samen met Keulemans’ achterkleinzoon Tony (° 1930), die professor in het Australische Melbourne is. Het exclusieve boek verschijnt in een oplage 500 exemplaren en is een collectoritem.
De Moorland and Tryon Gallery in Londen organiseert in 1977 voor het eerst een tentoonstelling met origineel werk van Keulemans.
Nature in Art bezit drie aquarellen van hem (”The mobbing”, ”The Black-headed Gull Colony” en ”The Gannetry”).
Keulemans, die de stijl van Gould volgt, omschrijft zichzelf als een wetenschappelijk kunstenaar. Hij heeft nauwelijks tijd om te experimenteren. Het is kiezen tussen natuurgetrouw en levensecht. Keulemans kiest voor het eerste, waardoor sommige vogels wat stijfjes overkomen. Daarbij past de kanttekening dat hij nieuw ontdekte vogels aan de hand van vaak slecht geprepareerde exemplaren in hun natuurlijke houding moet zien af te beelden.
Met de plotselinge dood van zijn 28-jarige vrouw Engelina staat Keulemans alleen voor de zorg van zes kinderen. Kort daarna, omstreeks 1877, als hem ook de Britse nationaliteit wordt toegekend, trouwt ”JGK” met de Ierse Arabella Miley. Uit dit huwelijk worden nog eens acht kinderen geboren. Naarmate Keulemans ouder wordt, groeien ook de financiële zorgen. Hoewel de kunstenaar bij collega’s verlegen overkomt, beschouwt zijn familie hem meer als een beetje excentriek. Keulemans, die soms gekleed in een lange onderbroek dagenlang in zijn studio zit te tekenen, beheerst diverse talen, is muzikaal, kijkt naar sterren en houdt zich ook bezig met spiritisme. In huis vliegen diverse vogels vrij rond, waarbij een spreeuw zelfs het eten van Keulemans bord pikt.

Kort voor zijn dood tekent hij op een aquarel zijn eigen grafsteen. De tekst daarop luidt ”Hier ligt het lichaam van J. G. Keulemans, wiens bloed door oplichters werd uitgezogen”. In kleine letters vermeldt Keulemans ook de namen van zijn, vaak vermogende opdrachtgevers die hem lang op zijn geld lieten wachten. Keulemans sterft op 29 maart 1912, maar zijn woorden worden nooit op een zerk gebeiteld, omdat zijn weduwe gewoonweg geen steen kan betalen. Hij wordt in een gemeenschappelijk graf begraven in Ilford, een voorstad van Londen.

virtuele galerie
kunstenaars