Han van Hagen (° 1944)
kunstenaars

HAN VAN HAGEN legt in ragdunne lijnen vast wat hem boeit. Hij maakt vooral etsen. De in Voorburg geboren kunstenaar woonde en werkte na zijn studie 23 jaar in Nieuwkoop. Die omgeving was een onuitputtelijke bron van inspiratie voor hem. Drenthe is nu de plek waar de etser samen met de keramiste Lia van Rhijn woont en werkt. „Ik heb de wilgen en peppels ingeruild voor eiken en dennen.” Aan de rand van het natuurgebied Takkenhoogte in het Reestdal richtte het duo het Kunstcentrum Hofstede Duet op.

Van Hagen, die ook op klein formaat aquarelleert, studeerde bij
DIRK VAN GELDER aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar zijn aandacht vooral getrokken werd door de lithografie en het etsen.

Han van Hagen verbeeldt in zijn etsen landschappen, dieren en planten; de werkelijkheid is altijd aanwezig. Hij grijpt daarbij terug op oude meesters en geeft blijken van waardering voor Albrecht Dürer, die het gewone in de kunst introduceerde, Paulus Potter en Pieter Gerardus Os met hun stieren, Jacob van Ruisdael en Hercules Segers die landschappen etsten. Ook zijn leermeesters aan de Academie leerden hem inzicht; Dirk van Gelder's eenvoud, Willem Minderman's gesublimeerde kunst, Co Westerik's intieme wereld en persoonlijke aandacht, Wim Beuning's gedroomde wereld die werkelijkheid wordt. Meer dan van invloed kan men hier spreken van voortzetting van en voortbouwen op een traditie. Daarbij wordt steeds gestreefd naar nieuwe manieren en procedés in het etsen. Van meet af aan heeft hij zich vrijwel uitsluitend toegelegd op het etsen, waardoor hij zich een aparte positie in de Nederlandse grafiek heeft verworven.

Elke ets is voor Han van Hagen weer een avontuur. „Als ik begin aan iets nieuws ben ik heel onbevangen, in die zin dat ik wat rondhang op de plek des onheils, er wat schetsen en foto’s maak. Ik heb nauwelijks een plan, maar na al dat gedraal begin ik gewoon. Aan wat ik naar mijn gevoel nooit eerder heb gedaan.”

Han van Hagen is een pleinairist onder de etsers. Met thuis geprepareerde etsplaatjes etst hij direct in de natuur. Het zijn zogenaamde „zeepdoosetsjes”. „Ik kocht bij de drogist een dergelijk vierkant zeepdoosje, van flexibel plastic. De ene helft gebruik ik voor water, de andere voor salpeterzuur. In het zuur bijt ik dan de zwaarste lijnen, spoel het plaatje daarna schoon in het water en kan zo weer doorgaan met de lichtere partijen. Bijna niemand ets direct in de natuur. Van Rembrandt is bekend dat ’hij het ook deed.” Veel etsen, op de Nieuwkoopse Plassen en de Drentse Heide of in bezochte verre landschappen gemaakt, zijn dan ook niet meer dan enkele centimeters breed en hoog.

In zijn werk streeft Han van Hagen in wisselwerking twee doeleinden na. Weergave van de stoffelijkheid van de natuur aan de ene en de ambachtelijke kant van het etsen aan de andere kant. Als hij uiteindelijk tot de conclusie komt dat voor de etser de grafische structuur belangrijker is dan de voorstelling dan wil dat niet zeggen dat de ambachtelijkheid belangrijker is dan het beeld. De werkelijkheid kan echter alleen maar goed worden verbeeld door voortdurende ontwikkeling van de techniek. Door steeds andere lijnbewegingen en verschillende vlakbehandelingen wordt gestreefd naar het juiste beeld. Het bewerken van de plaattoon is één van zijn belangrijke thema's.
De compositie komt tot stand door de ordening van het materiaal rond het hoofdonderwerp. De vlakverdeling kan door een zeker evenwicht tussen lijnen en onbetekende delen tot spontaniteit of rust leiden. De op zich abstracte samenstelling van lijnen en vlakken leiden tot een beeld. Het materiaal van de etsplaat bepaalt mede het karakter van de afbeelding. Lijnen in zink geëtst zijn grover en spontaner dan lijnen in een koperets. De vraag hoeveel lijnen er nodig zijn, hoe fijn ze moeten zijn, of er gearceerd moet worden of dat bepaalde plaattonen bereikt moeten worden door schuren van de plaat dan wel door retrousage, zijn steeds terugkerende problemen. In een aantal etsen werden bijzondere effecten bereikt door technieken als Chine collé.

Van Hagen illustreerde o.a. voor Stichting Natuur en Milieu en Vereniging Natuurmonumenten. In 1994 werkte hij mee aan het Drentse album, dat ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Stichting ”Het Drentse Landschap” verscheen. In februari van datzelfde jaar was hij ook een van de 58 natuurkunstenaars die het landschap van de Extremadura artistiek in beeld brengen. Dit project in de Spaanse provincie van de
Artists for Nature Foundation resulteerde in het boek ”De Vlucht van de Kraanvogels”.

De etser geeft kunsthistorische lezingen en organiseert regelmatig kunstreizen. Sinds 2002 is hij de drijvende kracht van de in 1984 door hem en Simon Koene opnieuw opgerichte De Haagse Etsclub, een groep grafici die regelmatig mappen met etswerk uitbrengt. Hij is lid van de kunstenaarsclub Pulchri Studio in Den Haag. Zijn beide woonplaatsen, maar ook een aantal reizen naar Ierland, Zuid-Europa, Mexico en de Filipijnen, zijn een rijke bron van inspiratie voor zijn werk geweest. Hij exposeerde in Nederland en Frankrijk. Het Rijksmuseum in Amsterdam, het Gemeentemuseum in Den Haag en het Drents Museum in Assen hebben werk van hem in de collectie.
In oktober 2006 verscheen ”Han van Hagen, Etser”, een monografie met een oeuvre-overzicht dat meer dan 35 jaar teruggaat. Voorts zijn er ondermeer tekstbijdragen van Midas Dekkers en Yvonne Kroonenberg voor wie de kunstenaar in het verleden boekillustraties verzorgde. Van Hagen beschouwt deze publicatie als een soort ets-dagboek. Hij blikt niet alleen terug, maar vraagt zich ook af hoe hij verder wil. "Van Hagen wordt gedreven door een intrinsieke drang om prenten te maken”, schrijft Ger Luijten, hoofd Rijksprentenkabinet te Amsterdam, in het voorwoord. ”Het is niet zo dat hij af en toe eens aan het etsen slaat. Het is een noodzaak, zoals hij zelf zegt. De prenten, die in ruim dertig jaar zijn ontstaan, tellen zo'n 280 bladen, waarvan hier voor het eerst een overzicht wordt geboden. Er zijn bladen die je niet gemakkelijk vergeet, zoals De Blauwe Kip, of de prenten waarop een uil of een schaap als op een uitvergrote pasfoto zijn geportretteerd."

virtuele galerie
Snuit, lijnets 145 x 143 mm Rammetje, lijnets 99 x 148 mm Kerkuil, kleuretsaquatint   109 x 187 mm Meneer Stier, lijnets 240 x 258 mm
Jonge bosuil, lijnets 185 x 193 mm Hooglander te water, lijnets 178 x 178 mm Hooghe Kamer, lijnets 247 x 122 mm Havik, lijnets 187 x 217 mm
bezoek ook de website van Han van Hagen

kunstenaars