. Dat resulteerde in een groot
aantal sculpturen, vooral van zeeleeuwen, zeekoeien, een serie
orang-oetans en later een grote struisvogel en een koffervis. De
Amsterdamse dierentuin kocht in 1984 haar beeld ”Zeeleeuwen” (1982) aan. De bronzen sculptuur maakte toen deel uit van de
tentoonstelling ”90 beelden in Artis”. In 1987 werd haar beeld
”Zeeleeuwen I” van Belgisch hardsteen in de Anjerlaan te Uithoorn (de
Kwakel) geplaatst. ”Zeeleeuwen II” siert sinds 1991 de entreehal van
het hoofdkantoor van het Rijks-Instituut voor Volksgezondheid en
Milieuhygiëne te Bilthoven. De beeldhouwster stapte in 1988 abrupt af van
de „direct herkenbare” vormen en begon met datgene wat in haar laatste
beelden ook al zichtbaar werd, met het maken van binnenruimtes (holten)
die door organische vormen worden omsloten. Dat is onder andere zichtbaar
bij ”Holte”, ”In-zicht” en de serie ”Ontsluitingen”. Deze
verandering was ook de overgang naar het werken met hout.
Van Grol vindt dit een mooi en warm materiaal en
beter geschikt voor de vormen waar ze naar op zoek was. „Het zijn
beelden waar je wat langer naar moet kijken om te zien wat er gebeurt en
waar je wat meer je eigen fantasie kunt laten gaan.” Deze werkwijze
groeide door naar vormen die afgeleidt zijn van planten, waarvan ze een
deel of het geheel uitvergroot. Daardoor kan enige vervreemding ontstaan,
zoals onder andere bij de ”Aardsterren” (paddestoelen) en de serie
”Succulenten” (vetplanten). Van de houten beelden maakt de kunstenaar
ook gietsels van brons, waarbij ze de mogelijkheid heeft te variëren in
patina (kleur) en/of gedeeltelijk te polijsten naar gelang de uitdrukking
van het beeld. Naast sculpturen van planten dieren maakt zij ook
portretten in opdracht. Henny van Grol nam vanaf 1983 deel aan een groot
aantal solo- en groepstentoonstellingen in Nederland.