ADA GONS GOOSEN tekent
elke dag. „Tekenen is mijn eerste taal”, zegt de beeldend
kun
stenaar,
die op 19 juni 1948 in Baarn werd geboren. „Ik kon eerder tekenen dan
schrijven.” Ze erfde deze vaardigheid van haar vader, een amateurschilder.
Ada koos vooral de „dingen om mij heen” als onderwerp, maar
specialiseerde zich uiteindelijk in het portretteren van dieren. „Dieren
fascineren mij, misschien wel omdat ze niet zeuren hoe ze worden
afgebeeld.” Ada Gons Goosen, die op haar vijftiende jaar voor het eerst
deelnam aan een groepstentoonstelling, besloot in 1986 in Bilderdam een
galerie te openen. Het kreeg onderdak in twee uit 1630 daterende
turfstekerwoningen en ligt aan het riviertje de Drecht.
In 1998 bezocht de kunstenaar Afrika
om olifanten te observeren en te schilderen. De ambassadeur van Kenia in
Nederland opende de expositie die de dikhuiden artistiek verbeeldde. Vier
jaar later stond in Goosens galerie de cheeta centraal en in 2005 de
steppezebra. Het provinciehuis Zuid-Holland kocht twee schilderijen van
deze wilde kuddedieren aan.
Ada Gons Goosen schildert met
alkydverf, bij voorkeur op oude deuren, panelen en luiken. „Ik kies voor
deze ondergrond, omdat hout leeft. Het biedt me de mogelijkheid iets toe te
voegen aan het schilderwerk.” Opvallend is ook dat zij de schildering
vaak door laat lopen op de lijst van het paneel.