Dirk van Gelder (°1907 - † 1990)
kunstenaars

DIRK VAN GELDER, in 1907 geboren te Scheveningen, kwam uit een kunstminnend milieu; zijn vader, dr. H. E. van Gelder, was de eerste directeur van het Gemeentemuseum Den Haag. Het was dus niet verwonderlijk dat hij zijn talenten in die richting ontwikkelde. Het tekenen naar de natuur was voor hem van jongs af aan een vanzelfsprekende bezigheid. De Verkade-albums en de kalenderbladen en litho’s van THEO VAN HOYTEMA waren voor hem voorbeelden die leidden naar het tekenen naar de natuur.

Als vijftienjarige liet hij een paar keer zijn tekeningen zien aan de beroemde kunstschilder Jan Th. Toorop (°1858 - †1928) die sinds 1916 weer in Den Haag woonde. „Daar zit heel veel moois, fijns, pittigs en teers in zijn werk”, schreef Toorop aan zijn vader. Van 1923 tot 1926 volgde Van Gelder een tekencursus in Den Haag, maar die brak hij af. In die tijd maakte hij zijn eerste litho’s. Toen Dirk in 1929 etsspullen voor zijn verjaardag kreeg, ging hij ook etsen.

Hij hanteerde eerst de pen, later vooral de canna (rietpen), en nòg veel later het penseel. Na een reis door Spanje, in 1935, koos Van Gelder voor een gerichte observatie van de natuur, die hij minutieus verbeeldde. Al deze ‘stillevens’ steunden op losse voorstudies naar de natuur, meest in potlood. Van Gelder was vooral een zwart-wit werker. Als jongen gebruikte hij kleur, daarna zelden. Van zijn hand verschenen hele reeksen potloodtekeningen van veldboeketjes, voornamelijk in Italië ontstaan, die desondanks elke nuance, elke gloed weergaven. Het gaat van heel licht, teer grijs tot heel donkergrijs. Pas in later jaren koos hij weer voor kleur.

In 1938 trouwde hij met Karen Mauve en na een verblijf in Italië vestigde het echtpaar zich in hetzelfde jaar in het Zeeuwse Veere, dat de kunstenaar van een vakantie op Walcheren kende. Daar begon hij met een derde grafische techniek: de houtgravure. Evenals bij het etsen wist hij daarin nieuwe effecten te bereiken. Behalve ”beweging” (wuivende grienden) gaf de kunstenaar in de bijzonder gedetailleerde en ragfijne gravures allerlei nuances (”fluwelig” en ”waterachtig”) weer. De graficus M. C. Escher (°1898 – †1972) oordeelde dat Dirk van Gelder zeker nog technisch bekwamer was dan hijzelf. Pam Rueter (°1906 - †1998), een andere collega, schreef hem in 1941: ”Ik sta perplexed te kijken naar de feilloze zekerheid waarmee jij de kleinste details snijdt”.

Voor het vrije werk dat Van Gelder maakte gebruikte hij graag aquarelverf in combinatie met kleurpotlood. Veel van dit werk ging verloren tijdens het Duitse bombardement op Middelburg 17 mei 1940, waarbij een hele tentoonstelling van zijn werk in vlammen opging. In het begin van de oorlog verlieten de Van Gelders hun kleine huurhuis aan de Veerse Kaai en kochten zij een zestiende-eeuws pakhuis in de Simon Oomstraat. Het werd verbouwd tot woonhuis met atelier. Hier werden hun dochters Aleid en Agnes geboren. Het gezin zou hier tot 1963 blijven wonen en zich daarna in Den Haag vestigen, waar Van Gelder sinds 1952 aangesteld was als docent grafische vakken aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Hoewel Van Gelder niet over –vaak eervolle– opdrachten te klagen had, verschafte dit docentschap hem tot aan zijn pensionering in 1972 een welkom vast inkomen.

Voor Dirk van Gelder bleef de natuur zijn leven lang de inspiratiebron. Zijn interesse ging vooral uit naar kleine onderwerpen als planten, schedels, schelpen enzovoort. De dode vogel is een telkens terugkerend motief in zijn werk. Zijn landschappen zijn eveneens klein en besloten en met grote precisie weergegeven. Het aangename en vrijwel verstilde leven, 25 jaar lang in Zeeland, drukte een belangrijk stempel op zijn werk. Hij tekende er de flora van duin en weide, talloze vlinders en het leven onder en boven water. In houtgravure en ets legde hij het Veere vast waar hij woonde. Hier kwamen veel van zijn mooiste buitentekeningen, aquarellen en grafiek tot stand.

Van Gelder was al vroeg zeer geboeid door het werk van Rodolphe Bresdin (°1822 - † 1885), wat ook in zijn werk herkenbaar aanwezig was. Hij publiceerde in 1976 na jarenlang onderzoek een tweedelige Franstalige monografie over diens grafiek. Deze is inmiddels ook internationaal erkend als hét standaardwerk over Bresdin.
In 1984 richtte de kunstenaar de Haagse Etsclub op, samen met zijn vriend en collega-docent Willem Minderman (° 1910 - † 1985) en enkele oud-leerlingen, waaronder
HAN VAN HAGEN. De activiteiten rond deze club waren voor hem een belangrijke stimulans in de laatste fase van zijn leven. In oktober 1990 overleed hij in zijn woning in Den Haag. Over Van Gelders werk zijn diverse boeken geschreven, zoals "Buiten is dichtbij: Dirk van Gelder en de natuur, fascinerende visie van een tekenaar-graficus”, dat in 1976 verscheen ter gelegenheid van een expositie in het Rijksmuseum Vincent van Gogh te Amsterdam. Volgens de auteurs Sytze Dijkhuizen en Hans Warren was Van Gelder een intimist. ”Hij openbaart de schoonheid van het kleine, het geringe, het verwordene, het detail. Zelfs een uitgestrekt landschap blijft bij hem intiem.”

In 2007 verscheen ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag de oeuvrecatalogus ”Dirk van Gelder in Veere 1938-1963”, samengesteld door zijn dochter Agnes van den Noort en geredigeerd door Rolf Bosboom, kunstrecensent van de Provinciale Zeeuwse Courant.

virtuele galerie
kunstenaars