English version
Jaap Deelder (° 1952)
kunstenaars

JAAP DEELDER, op Terschelling geboren, maakt op zijn zeventiende jaar z’n eerste houten beeld. ”Een steenarend”, herinnert de autodidact zich, die ook les geeft aan kinderen met een verstandelijke handicap. „De natuur inspireerde me en doet dat nog altijd.” Vooral vogels zijn Deelders favoriete modellen, die hij vervolgens steeds uit één stuk vervaardigt. „Je kunt niet zomaar iets uit een willekeurig brok hout snijden. Je zoekt het hout bij je onderwerp. Het kan ook zijn dat het hout mij op een idee brengt. De aard en het karakter van het materiaal, hardheid, kleur, nerf, knoesten en vorm, bepalen de te kiezen afwerking. Die kan variëren van een ‘tintelend’ glad eindresultaat door het veelvuldig schuren en polijsten, tot het zichtbaar laten van de grove beitel- en gutssteken.”

Deelder werkt reductief, dat wil zeggen dat hij materiaal verwijdert totdat de voorgestelde vorm overblijft. Hij begint met grove gereedschappen als hand- en kettingzaag, steeds voorzichtiger naar de uiteindelijke vorm toewerkend, waarbij uiteindelijk de rasp, beitels en vijlen er aan te pas komen. Het weerbarstige materiaal vraagt om een planmatige benadering. Als een schaker probeert Deelder vele zetten vooruit te zien, tegelijkertijd rekening houdend met de eigenschappen en beperkingen van de houtsoorten die hij gebruikt. De hardheid bepaalt de mate waarin details scherp gesneden kunnen worden, de nerf de richting van dunne delen als snavels en poten. Voordat dit ambachtelijke proces kan beginnen, moet Deelder het beeld in het houtblok kunnen ‘zien’. De kunstenaar houdt van vogels vanwege hun mooie vormen. Zijn beelden zijn een ode aan hun schoonheid. Hij streeft in zijn werk naar „ornithologische juistheid”, waarbij het beeld ook een bepaalde „artistieke spanning” moet oproepen. Een uitgesproken voorkeur voor bepaalde houtsoorten heeft de houtsnijder niet. Z’n beitel bewerkt zowel inlandse houtsoorten, zoals iep, vogelkers, eik, es, esdoorn, den, taxus, populier en vlier, als tropisch ebben of coromandel. Bovendien hakt hij de laatste jaren ook beelden uit Belgisch hardsteen en marmer.

In 1990 is Deelder deelnemer aan het project ”Wind, Wad & Waterverf”, waarbij een internationaal gezelschap van 25 kunstenaars Schiermonnikoog portretteren. Twee jaar later trekken hij en 31 andere kunstenaars naar het moerassige gebied langs de Poolse rivieren de Biebzra en de Narew, tegen de Russische grens. In 1994 is hij –eveneens onder de vlag van de Artists for Nature Foundation (ANF)– met 57 kunstenaars in de Spaanse Extremadura, hét overwinteringgebied van de Noordwest-Europese kraanvogel. Deelder is in 1996 ook van de partij als het ANF met 15 kunstenaars de Ierse Wexfordkust bezoekt. In 2000 is de beeldhouwer een van de 20 kunstenaars die zich –op uitnodiging van galerie Het Posthuys– laten inspireren door het Texelse landschap. Dit project resulteert in het boek ”Texel in schoonheid verbeeld”. In 2001 levert hij als enige Nederlander een bijdrage aan het ANF-project in de Catalaanse Pyreneeën om oude bossen te beschermen. Met 18 andere kunstenaars bezoekt hij in 2003 in het kader van het grensoverschrijdende ”Tumbes”-project Peru en Ecuador om de laatste restanten van de droge bossen in de regio van Tumbasion, ten westen van de Andes, in beeld te brengen. In 2004/2005 is Deelder betrokken bij het ”Great Fen”-project in Engeland.

Zijn sculpturen zijn regelmatig te zien op (groeps)tentoonstellingen, onder andere in ’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN te Enschede (”Wild in de Natuur”) en galerie SMITH IN STYLE te Opheusden. Behalve in Nederland exposeert hij in België, Groot-Brittannië, Ierland, Polen, Spanje, Zweden en de VS (in 1987 ”Birds in Art” van het LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM).

Twee van zijn sculpturen bevinden zich in de collectie van het Britse museum NATURE IN ART. In 1991 wint hij op de jaarlijkse tentoonstelling van de Society of Wildlife Artists met een kerkuil van vogelkers een prijs voor ”het beste beeld”.

virtuele galerie
kunst kopen

kunstenaars