BERND PÖPPELMANN, op 4 april 1946 geboren in Rheine, heeft al jong een fascinatie voor dieren.
„Als kleine jongen onderzocht ik alle dieren die ik tegenkwam, op straat, in het wild of in de dierentuin.
In mijn vorige woning hield ik veel dieren, zelfs een vos. Zo kon ik ze van dichtbij bestuderen.” Observeren
is voor hem een sleutelwoord. De dieren die hij schildert moet Pöppelmann altijd met eigen ogen gezien hebben
en altijd maar weer hun bewegingen en gedrag bestuderen. „Als dat niet het geval is mis ik de levendigheid,
maar ook de kennis over verhoudingen en anatomie. Je moet bijvoorbeeld weten hoeveel pennen er in de vleugel
van een vogel zitten, waar de gewrichten zich bevinden en hoe die bewegen. Een foto voldoet dan niet. Het
schilderen van de natuur is eenderde zien, eenderde weten en eenderde voelen.” Hij brengt dan ook veel tijd
door in de natuur. Als een jager besluipt hij het wild met een verrekijker, fotocamera en schetsblok. Tot voor
enkele jaren geleden werkte Pöppelman als valkenier met sperwers, haviken en dwergvalken. „Als schilder had ik
veel profijt van deze omgang met roofvogels, omdat je als valkenier de dierenwereld veel intensiever waarneemt.”
De jarenlange observaties van dieren en nauwkeurige kennis van hun levenswijze maakt het hem mogelijk het wild
met veel inlevingsvermogen trefzeker af te beelden. „Ik probeer de toeschouwer ook te laten ervaren hoe
bijvoorbeeld veren en vacht aanvoelen.”
Pöppelmann, die geen speciale kunstopleiding heeft gevolgd, vindt zich geen fijnschilder. „Soms zeggen mensen
als compliment tegen me: „Het lijkt zo echt, het is net een foto”, maar dat beschouw ik niet als een compliment.
Een foto is een momentopname, een schilderij is meer. Het behelst een periode van weken of zelfs van maanden.”
Een impressionist noemt hij zichzelf evenmin. „Ik houd van impressionisme, maar details zijn ook erg belangrijk
voor mij. Ik ben vrij snel in het opzetten van een schilderij. Het plaatje is, bij wijzen van spreken, zo
gemaakt. Voor mij is dat echter het begin. Ik moet het nog invullen met details.” Het gevaar is volgens hem wel
dat een kunstenaar in een schilderij teveel details verwerkt. „Dan maak je het juist dood. De kunst is dus
eigenlijk het weglaten van het onbelangrijkste.”
Pöppelmann brengt in zijn schilderijen
niet alleen zijn levenslange passie voor de schoonheid van in het wild levende dieren over. Hij ziet het ook
als zijn taak om anderen erop te attenderen dat de expansiedrift van de mens ten koste gaat van de natuur.
„Het is niet mijn bedoeling iemand de les te lezen. In deze maatschappij geven veel boodschappen antwoorden
op vragen die niet gesteld zijn. Ik wil het publiek juist voor ogen houden hoe mooi ”wildlife” is en hen
tegelijkertijd laten voelen hoezeer de fauna en flora door de menselijke beschaving in het gedrang komt. Ik
probeer toeschouwers ook te attenderen op wat zij nodig hebben om op een gezonde manier te kunnen overleven”,
aldus de kunstenaar, die de mens soms ook een plek in een schilderij geeft. „Ik wil de kijkers bij een belevenis
betrekken. Pas dan ontstaat het gewenste beeld in hun ogen, waarbij er altijd ruimte overblijft voor eigen
gevoelens.”
Behalve in zijn geboorteland exposeert Pöppelmann in België, Frankrijk, Groot-Brittannië (o.a.
NATURE IN ART), Israël, Japan, Nederland, de VS en Zweden. Het
LEIGH YAWKEY WOODSON ART MUSEUM selecteert in 1986, 1988, 1998, 2000, 2003, 2004 en 2006 werk van hem voor
de tentoonstelling ”Birds in Art”. Ook neemt de kunstenaar vanaf 1979 jaarlijks deel aan alle edities van
de expositie ”Wild in de Natuur” van
’t KUNSTHUIS VAN HET OOSTEN, waar hij zowel in 1988 als in 2000 de publieksprijs wint. In 1994 is
de Duitser met 57 collega’s betrokken bij het project van de
ARTISTS FOR NATURE FOUNDATION, waarbij de trektocht van de kraanvogel in beeld wordt gebracht. Op
uitnodiging van galerie Het Posthuys bezoekt Pöppelmann in 2000 het waddeneiland Texel, wat resulteert
in het boek ”Texel in schoonheid verbeeld” (2002). Zelf illustreert hij diverse boeken over natuur, vogels,
valkerij en jacht, zoals ”Greifvögel” en ”Die Beizjagd”.
Voor zijn tekenprojecten gericht op kinderen ontvangt hij in 1992 de Milieuprijs van de stad Emsdetten.
„Kinderen zijn de toekomst en ik wil ze leren kijken, maar vooral leren zien. We moeten onze ogen open
houden voor al het moois de natuur biedt en dat we er voorzichtig mee moeten omspringen.”